Rb. Gelderland 29 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8094
Het college heeft in het besluit van 19 april 2024 vanwege overtreding van artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet de werkzaamheden op het perceel van eisers stilgelegd en eiseres gelast om deze werkzaamheden beëindigd te houden (onder oplegging van een dwangsom). De rechtbank heeft het beroep van eiseres hiertegen ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het college kunnen concluderen dat van een overtreding sprake is, omdat de werkzaamheden zonder omgevingsvergunning werden verricht met het oog op een met de agrarische bestemming strijdig paardenpension. Daarnaast is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op basis waarvan handhaving onevenredig zou zijn. Eiseres is zelf begonnen met de uitvoering van feitelijke (voorbereidende) werkzaamheden, voordat daar vergunning voor was verleend, zodat het daaraan verbonden financiële risico voor haar rekening komt. Bovendien heeft het college zich rekenschap gegeven van de belangen van eiseres door in contact te treden en te overleggen over mogelijke vervolgstappen. Het college heeft dus handhavend kunnen optreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1715
- ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678
- Rb. Midden-Nederland 16 oktober 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5927
- ABRvS 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3826
- ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4321
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1829
- ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3538
- ABRvS 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY4375