Rb. Gelderland 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7173
De wetgeving over de wekeneis in de Werkloosheidswet kan leiden tot discriminatie voor vrouwelijke werknemers op grond van hun zwangerschap. De rechtbank is van oordeel dat artikel 17a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW in de situatie van eiseres buiten toepassing moet worden gelaten. Van belang is of deze bepaling, voor zover toepassing daarvan tot gevolg heeft dat de vrouwelijke werknemer die arbeidsongeschikt is als gevolg van zwangerschap of bevalling gelijk wordt gesteld met andere arbeidsongeschikte werknemers en werkneemsters, in strijd is met artikel 4, eerste lid, van de (EG) Richtlijn gelijke behandeling mannen en vrouwen. Artikel 17a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW maakt namelijk geen onderscheid naar de oorzaak van de ongeschiktheid waardoor iemand geen arbeid heeft kunnen verrichten. Deze bepaling en in het verlengde daarvan de voorverlenging houdt echter, naar het oordeel van de rechtbank, ten onrechte geen rekening met arbeidsongeschiktheid van de vrouwelijke werknemer als gevolg van aan zwangerschap en bevalling gerelateerde aandoeningen. Ook houdt deze bepaling ten onrechte geen rekening met het feit dat de voorverlenging voor deze vrouwelijke werknemer onvoldoende soelaas kan bieden, in die zin dat zij ondanks deze voorverlenging niet voldoet aan de wekeneis. Daardoor is er, naar het oordeel van de rechtbank, bij deze voorwaarde om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering sprake van een verboden (in)directe discriminatie naar geslacht. Dat betekent dat het bepaalde in artikel 17a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW bij de beoordeling van de WW-aanvraag van eiseres wegens strijd met artikel 4 van de Richtlijn buiten toepassing moet worden gelaten. Dat heeft tot gevolg dat de weken waarin eiseres vanwege haar arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap en bevalling niet heeft kunnen werken, moeten worden gelijkgesteld met gewerkte weken. Alleen langs deze weg worden in de situatie waarin eiseres verkeert de nadelige gevolgen voor haar als vrouw van het niet hebben kunnen werken als gevolg van zwangerschap of bevalling en daarmee de strijdigheid met het verbod van artikel 4 van de Richtlijn ongedaan gemaakt. Dat leidt tot de conclusie dat eiseres wel aan de wekeneis voldoet. De rechtbank kan de zaak echter niet definitief beslissen omdat de rechtbank niet weet of eiseres verder aan de voorwaarden voor toekenning van een WW uitkering voldoet. De rechtbank draagt het UWV daarom op een nieuwe beslissing te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl