Rb. Gelderland 13 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:6540
Vordering in conventie tot terugbetaling rekening-courantlening. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de tussen eiser en gedaagde schriftelijk gesloten rekening-courantovereenkomst en wijst de vordering toe. Geen sprake van een nietige (3:40 BW) of vernietigbare (3:44 BW) overeenkomst. Ook de redelijkheid en billijkheid staat niet in de weg aan de rechtsgeldigheid van de rekening-courantovereenkomst. Vordering in reconventie tot betaling van schadevergoeding afgewezen. Geen sprake van een onrechtmatige daad (al dan niet in groepsaansprakelijkheid (ex art. 6:166 BW)) of wanprestatie bij het verstrekken van financiering door eiser (de indirect mede-aandeelhouder van gedaagde).
De uitspraak op rechtspraak.nl