Rb. Gelderland 18 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:4784
Eiser heeft van gedaagde bouwgrond gekocht om daarop een woning te bouwen. Tevens heeft eiser van gedaagde een aandeel gekocht in een perceel grond dat als middenterrein fungeert tussen de te bouwen woning van eiser een een drietal andere woningen. Gedaagde heeft het middenterrein laten aanleggen door een derde. Nadat de woning was gebouwd merkt eiser dat hemelwater dat op zijn perceel valt niet kan afwateren op het middenterrein en dat vanaf het middenterrein water naar zijn woning stroomt. Eiser is van mening dat een en ander komt doordat het middenterrein te hoog is aangelegd ten opzichte van zijn woning. Eiser vordert veroordeling van gedaagde om het middenterrein zodang te herstellen dat hij daarna geen wateroverlast meer ondervindt op zijn perceel. Gedaagde betwist dat het middenterrein te hoog is aangelegd. Gedaagde stelt dat eiser geen aanspraak kan maken op afwatering van hemelwater op het middenterrein. Gedaagde wijst er op dat eiser op grond van de koopovereenkomst verplicht is om hemelwater af te voeren op zijn eigen perceel door de hemelaterafvoer aan te sluiten op een infiltratiekoffer in zijn eigen terrein. Gedaagde vordert veroordeling van eiser om die voorziening alsnog aan te brengen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat het middenterrein te hoog is aangelegd en eiser daardoor wateroverlast ondervindt en wijst de vordering van eiser af. De vordering van gedaagde wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl