Rb. Gelderland 16 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3801

Eiseres is eigenrisicodrager en mocht tijdens het dienstverband de IVA-uitkering van ex-werknemer (toegekend zonder wachttijd) op de loondoorbetaling in mindering brengen. Na het einde van het dienstverband was eiseres ziekengeld verschuldigd en moest, conform de geldende regels, het dag- of maandloon op grond waarvan het ziekengeld wordt berekend, in mindering worden gebracht op de IVA-uitkering. Eiseres moest toen veel meer betalen dan voorheen. Daar is eiseres het niet mee eens. Primair wil eiseres dat artikel 19d van de ZW analoog wordt toegepast. Subsidiair wil eiseres dat de IVA-uitkering in mindering wordt gebracht op het ziekengeld (net als tijdens de loondoorbetaling het geval is). De beroepsgronden slagen niet. Er is een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het verschil tussen enerzijds de samenloop van ziekengeld met een IVA-uitkering met verkorte wachttijd en anderzijds de samenloop van ziekengeld met een IVA-uitkering zonder wachttijd. Dat geldt ook voor het verschil tussen enerzijds de samenloop van ziekengeld met een IVA-uitkering zonder wachttijd en anderzijds de samenloop van een loondoorbetaling met een IVA-uitkering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken