Rb. Gelderland 12 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3613

Gevangenisstraf voor grootschalige hennepkweek, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. Onderzoek Babydraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/880078-19
Datum uitspraak : 12 mei 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag 1] 1982 in [geboorteplaats] (Armenië),
wonende aan [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.M. Koers, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
Hij
op één meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2019 tot en met
23 juli 2019 te [plaats 1] , gemeente [plaats 13] en/of [plaats 3] en/of [plaats 2]
(telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf, tezamen en in vereniging
met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt, te weten:
- in een of meer ruimtes in een pand gelegen aan de [adres 2] te
[plaats 1] , gemeente [plaats 13] een hoeveelheid van (in totaal)
2.598 hennepplanten en/of delen daarvan en/of
- in een of meer ruimtes in een pand gelegen aan de [adres 3] te
[plaats 2] , een hoeveelheid van 565 hennepplanten en/of delen daarvan en/of
- in een of meer ruimtes in een pand gelegen aan de [adres 4] te
[plaats 3] , een hoeveelheid van 240 hennepplanten en/of delen daarvan,
in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal
bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet welke hoeveelheid - in totaal - meer bedraagt dan de bij
algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel, te weten
- in totaal - meer dan 200 hennepplanten en/of 500 gram hennep;
2.
hij
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 december 2018 tot
en met 23 juli 2019, te [plaats 1] , gemeente [plaats 13] en/of [plaats 2] , in ieder geval in
Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft
weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, te weten:
- ( ongeveer) 204.893 kWh elektriciteit (locatie [adres 2] te [plaats 1] ),
geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of
- ( ongeveer) 26.720 kWh (locatie [adres 3] te [plaats 2] ), geheel of ten
dele toebehorende aan [slachtoffer] ,
in elk geval (telkens) een (grote) hoeveelheid elektriciteit, althans enig goed,
telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats
des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit, althans
het weg te nemen goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door
middel van braak en/of verbreking;
3.
hij
in of omstreeks de periode van 8 maart 2013 tot en met 23 juli 2019,
te [plaats 1] en/of [plaats 14] , gemeente [plaats 13] en/of [plaats 3] en/of
[plaats 6] en/of [plaats 5] en/of [plaats 4] en/of (elders) in Nederland en/of
te [plaats 15] en/of [plaats 12] en/of (elders) in Frankrijk en/of te Gyumri, althans in
Armenië,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich
meermalen, althans eenmaal, schuldig heeft gemaakt aan witwassen,
immers heeft hij, verdachte en/of hebben één of meer van zijn mededader(s),
ten eerste
meermalen, althans eenmaal, met één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) geld (tot
een totaalbedrag van ongeveer 1.064.342 euro) in totaal negen, althans een
hoeveelheid onroerend objecten aangekocht, te weten:
- voor een bedrag van (ongeveer) 216.836 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 2] te [plaats 1] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 121.000 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 3] te [plaats 2] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 60.549 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 4] te [plaats 3] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 48.234 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 5] te [plaats 3] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 51.993 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 6] te [plaats 3] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 103.231 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 7] te [plaats 3] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 113.482 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 8] te [plaats 4] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 230.430 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 9] te [plaats 5] en/of
- voor een bedrag van (ongeveer) 118.587 euro onroerend goed gelegen aan de
[adres 10] te [plaats 6] en/of
(sub b)
(aldus) een of meer voorwerpen, bestaande uit grote hoeveelhe(i)d(en) geld
en/of onroerend goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft
overgedragen en/of omgezet
en/of
(sub a)
van voormelde hoeveelheid onroerend objecten heeft verborgen en/of verhuld
wie de rechthebbende op dat onroerend goed is,
en/of
ten tweede
een hoeveelheid geld van in totaal ongeveer 220.240 euro, althans (telkens) een
(grote) hoeveelheid geld, verworven en/of voorhanden gehad en/of
overgedragen en/of omgezet, te weten
- op één of meer (verschillende) plaatsen in een pand gelegen aan de [adres 11]
te [plaats 3] (een) hoeveelhe(i)d(en) geld van 4.800 euro en/of
7.400 euro en/of 12.500 euro en/of 2.000 euro en/of 400 euro en/of 44.080 euro
en/of 92.460 euro en/of 27.300 euro en/of 12.100 euro, althans een of meer
geldbedragen en/of
- op één of meer (verschillende) plaatsen in een pand gelegen aan de [adres 12]
te [plaats 5] (een) hoeveelhe(i)d(en) geld van 2.100 euro en/of 15.100 euro,
althans een of meer geldbedragen,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat die/dat
geldbedrag(en) en/of dat onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - al dan
niet gedeeltelijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
4.
ten eerste
hij
in of omstreeks de periode van 8 maart 2013 tot en met 23 juli 2019, te
[plaats 1] en/of Ulft, gemeente [plaats 13] en/of [plaats 3] en/of Schiedarn
en/of [plaats 5] en/of [plaats 4] en/of (elders) in Nederland en/of
te [plaats 15] en/of [plaats 12] en/of (elders) in Frankrijk en/of
in Armenië,
heeft deelgenomen aan een Organisatie, te weten een samenwerkingsverband
van een aantal natuurlijke personen bestaande uit:
- [naam 1] en/of
- [medeverdachte 7] en/of
- [medeverdachte 6] en/of
- [medeverdachte 5] en/of
- [medeverdachte 4] en/of
- [medeverdachte 3] en/of
- [naam 2] en/of
- [medeverdachte 2] en/of
- [medeverdachte 1] en/of
- [naam 3]
welke Organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:
- het (mede)plegen van (gewoonte)witwassen (artikel 42Oter Wetboek van
Strafrecht)
- het (mede)plegen van diefstal door middel van braak en/of verbreking van
stroom (artikel 311 Wetboek van Strafrecht);
ten tweede
hij
in of omstreeks de periode van 17 november 2018 tot en met 23 juli 2019, te
[plaats 1] , gemeente [plaats 13] , en/of te [plaats 2] en/of te [plaats 3]
en/of te [plaats 5] en/of te [plaats 4] en/of elders in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband
van een aantal natuurlijke personen bestaande uit
- [naam 1] en/of
- [medeverdachte 7] en/of
- [medeverdachte 6] en/of
- [medeverdachte 5] en/of
- [medeverdachte 4] en/of
- [medeverdachte 3] en/of
- [naam 2] en/of
- [medeverdachte 2]
- [medeverdachte 1]
- [naam 3] ,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als
bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk:
- het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de
Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk
handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en/of onder C van de Opiumwet
gegeven verbod, te weten het telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een)
middel(len) als bedoeld in de hij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit
(telkens) betrekking had op een grote hoeveelheid van dat middel, dan wel (een)
middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel
3a van die wet.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Inleiding

Deze strafzaak maakt deel uit van de vervolging van de verdachten uit het onderzoek ‘Babydraak'. Aanleiding voor dit onderzoek vormde een melding dat omwonenden vermoedden dat in het pand aan de [adres 2] in [plaats 1] een hennepkwekerij zou zitten. Er is vervolgens onderzoek gedaan naar de eigendom van dit pand en de personen die bij observaties gezien zijn bij dit pand. Van die personen, te weten verdachte (verder te noemen: [verdachte] ),

[medeverdachte 6] (verder te noemen: [medeverdachte 6] ), [medeverdachte 5] (verder te noemen: [medeverdachte 5] ) en

[medeverdachte 7] (verder te noemen: [medeverdachte 7] , in het procesdossier naar voren komend onder de achternaam - vóór echtscheiding - [medeverdachte 7] ) zijn vanaf 4 maart 2019 de telefoonnummers geïntercepteerd. In de tapgesprekken en verder onderzoek kwamen andere panden in beeld, waarin voornoemde personen zich mogelijk bezig hielden met de teelt van hennep.

Binnen het onderzoek ‘Babydraak’ wordt aan ieder van de voornoemde personen, alsook aan [medeverdachte 4] (verder te noemen: [medeverdachte 4] ), een (in meer of mindere mate centrale) rol toegedicht binnen een criminele organisatie. Deze organisatie zou zich, kort weergegeven, jarenlang bezig hebben gehouden met het telen van grote hoeveelheden hennep in meerdere hennepkwekerijen, waarbij de ten behoeve van de teelt benodigde stroom illegaal werd afgenomen. De opbrengst van de verkoop van de geteelde hennep zou vervolgens zijn witgewassen door deze aan te wenden voor de aankoop van panden op diverse locaties in Nederland. Er werden geen hypothecaire leningen afgesloten en de koopprijs werd betaald vanuit het buitenland via bankrekeningen op naam van verschillende personen, en ook deels contant bij de betrokken notaris. De panden in kwestie werden op naam gezet van familieleden van leden van de criminele organisatie, niet zijnde, zo is de verdenking, de (feitelijk) rechthebbenden op de panden. Het gaat dan om [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [naam 2] en [naam 3] . Direct na de aankoop vond (met uitzondering van de panden aangekocht door de moeder van [medeverdachte 7] ) geen inschrijving plaats in de Basis Registratie Personen (BRP) en was ook niet direct sprake van feitelijke bewoning. Wel werden hennepkwekerijen aangelegd in een aantal panden.

Wat betreft de onderlinge (familie)relaties staat het volgende niet ter discussie: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn de ouders van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 3] is getrouwd met [naam 4] (ook wel: [naam 4] ). [naam 4] is de broer van [medeverdachte 2] . Daarmee is [medeverdachte 3] een tante van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] heeft vanaf 2011 tot eind 2016 een relatie gehad met [verdachte] en met hem samengewoond. Uit hun relatie is een dochter geboren. Sinds 2015 is [verdachte] bevriend met [medeverdachte 7] en vanaf 2017 tot na de ten laste gelegde einddatum 23 juli 2019 hebben zij (met onderbrekingen) een relatie gehad. [naam 2] en [naam 3] zijn de ouders van [medeverdachte 6] .

Op 23 juli 2019 hebben doorzoekingen plaatsgevonden. Uit de hierna weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat in het pand aan de [adres 13] in [plaats 3] grote contante geldbedragen zijn aangetroffen. Ook in het pand aan de [adres 9] in [plaats 5] is veel contant geld aangetroffen. Verder zijn in de panden aan de [adres 2] en de [adres 4] in [plaats 3] in werking zijnde hennepkwekerijen aan getroffen. Eerder al, op 3 juni 2019, is ook een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen in het pand aan de [adres 3] in [plaats 2] .

[verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] worden allen vervolgd voor deelname aan een criminele organisatie in de voormelde zin, waarbij [medeverdachte 4] , anders dan de anderen, niet wordt verweten te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie met als oogmerk hennepteelt en diefstal van stroom. Verder worden [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] vervolgd voor het medeplegen van hennepteelt op de voornoemde drie locaties, het medeplegen van de diefstal van stroom op twee van die locaties, het medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien van negen panden dan wel, wat betreft [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , acht panden, en het medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien van de aangetroffen contante geldbedragen. [medeverdachte 7] wordt, naast deelname aan een criminele organisatie, vervolgd voor het medeplegen van hennepteelt en de diefstal van stroom in het pand aan de [adres 3] , alsook het medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien van dat pand en het pand aan de [adres 9] en de in het pand aan de [adres 9] en de [adres 13] aangetroffen contante geldbedragen. [medeverdachte 4] wordt, naast deelname aan een criminele organisatie, vervolgd voor het medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien van het pand aan de [adres 13] en het in dat pand aangetroffen contante geldbedrag. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [naam 2] en [naam 3] worden vervolgd voor het medeplegen van witwassen ten aanzien een of meerdere panden en de/het voor de aankoop van dat/die pand(en) overgemaakte geldbedrag(en). In die zin wordt hen binnen onderzoek ‘Babydraak’ wel een rol toegedicht binnen een criminele organisatie, maar zij worden niet vervolgd voor deelname daaraan.

De rechtbank zal hierna de feiten in de volgende volgorde bespreken:

A. Het medeplegen van het bewerken/verwerken van hennep en de diefstal van stroom (feiten 1 en 2).

A-1 [adres 3]

A-2 [adres 2]

A-3 [adres 4]

A-4 Diefstal stroom

Deelname aan een criminele organisatie (feit 4).

Het medeplegen van (gewoonte)witwassen (feit 3).

C-1: Cluster panden familie [familie 1] . C-2: Cluster panden familie [familie 2] . C-3: Cluster panden [medeverdachte 7] en haar moeder [naam 5] (verder te noemen: [naam 5] ). C-4: Contante geldbedragen in het pand aan de [adres 13] .

Slotconclusie ten aanzien van de criminele organisatie (feit 4).

Standpunten ten aanzien van de ten laste gelegde feiten

Het Openbaar Ministerie

De ten laste gelegde feiten 1, 2 en 4 kunnen volledig wettig en overtuigend bewezen worden. Ten aanzien van feit 3 hebben de officieren van justitie vrijspraak gevorderd van:

het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en/of omzetten ten aanzien van de panden aan de [adres 3] , [adres 9] en [adres 5] en [adres 6] in [plaats 3] en het geldbedrag aangetroffen in de [adres 9] (sub b);
het verbergen en/of verhullen wie de rechthebbende is op het pand aan de [adres 9] (sub a).

De verdediging

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, aangezien [verdachte] deze feiten heeft bekend. Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging gesteld dat witwassen van een geldbedrag van € 203.040,- kan worden bewezen, nu [verdachte] heeft verklaard dat hij dit bedrag (in delen) in het pand aan de [adres 13] heeft gelegd en dat het afkomstig was van de hennepteelt. Wat betreft het overige gedeelte van feit 3 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Daartoe is, kort samengevat, aangevoerd dat [verdachte] slechts heeft gefungeerd als tussenpersoon of tolk bij de aankoop van een aantal van de panden en niet actief betrokken is geweest bij de aankoop of financiering daarvan. Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het deel dat ziet op hennepteelt. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het deel dat ziet op het witwassen en de diefstal van stroom. Het eenmalig voorhanden hebben van een geldbedrag en tweemaal het medeplegen van stroom buiten de meter om zijn onvoldoende om te kunnen spreken van een samenwerkingsverband met een zeker duurzaamheid en structuur dat het oogmerk had op witwassen.

De beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak

Voorafgaand aan de bespreking van de feiten overweegt de rechtbank als volgt. Zoals hierna onder C-3 nader zal worden toegelicht, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat bij de aankoop van de panden aan de [adres 3] en de [adres 9] (de panden die op naam staan van de moeder van [medeverdachte 7] ) sprake is geweest van witwassen. Voorts is de rechtbank met het Openbaar Ministerie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] enige betrokkenheid had bij de in de [adres 9] aangetroffen contante geldbedragen.

Dat betekent dat [verdachte] zal worden vrijgesproken van het witwassen van de panden aan de [adres 3] en de [adres 9] en van het witwassen van de in de [adres 9] aangetroffen contante geldbedragen.

A. Het medeplegen van het bewerken/verwerken van hennep en de diefstal van stroom (feiten 1 en 2)

Het procesdossier bevat vele tapgesprekken (van na 4 maart 2019). Een aantal daarvan is relevant voor de hierna te bespreken hennepkwekerijen. Voordat de rechtbank daarop in zal gaan, merkt zij over de in het procesdossier aanwezige tapgesprekken het volgende op.

Wat betreft de geïntercepteerde telefoonnummers, alsook wat betreft gebruikte (bij)namen en een e-mailadres staat niet ter discussie dat: - [verdachte] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 1] en dat het e-mailadres [e-mailadres 1] van hem is. - [medeverdachte 6] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 2] . - [medeverdachte 5] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 3] en hij ook wel [naam 6] wordt genoemd. - [medeverdachte 7] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 4] en zij ook wel [naam 7] wordt genoemd. - [medeverdachte 4] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 5] en zij ook wel [naam 8] wordt genoemd.

Voorts kan naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de voormelde bijnaam van [medeverdachte 5] , worden aangenomen dat hij gebruik maakt van het e-mailadres [e-mailadres 2] .

Verder is in de tapgesprekken sprake van codetaal. Wat dat betreft neemt de rechtbank het volgende als vaststaand aan: - met ‘nxl’ en ‘school’ wordt bedoeld de [adres 2] ; - met ‘59’ wordt bedoeld de [adres 3] ; - met ‘04’ en ‘ [plaats 6] ’ wordt bedoeld de [adres 4] ; - met ’60’ wordt bedoeld de [adres 5] ; - met ‘63’ en ‘kazerne’ wordt bedoeld de [adres 6] ; - met ‘30’ wordt bedoeld de [adres 13] ; - met ‘24’ wordt bedoeld de [adres 8] ; - met ‘auto’s verven’ wordt bedoeld hennep knippen of behandelen met gif; - met ‘auto’s’ wordt bedoeld kilogrammen henneptoppen; - met ‘onderdelen’ of ‘kleintjes’ wordt bedoeld hennepstekken; - met ‘papieren’, ‘papiertjes’ of ‘vrijwaringen’ wordt bedoeld briefgeld.

Verder wordt met ‘ [plaats 2] ’ bedoeld de [adres 3] .

Dat de aanduidingen en termen op deze wijze kunnen worden uitgelegd, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de context waarin de aanduidingen en termen in vele tapgesprekken (zoals hierna nog weer te geven) worden gebezigd, de masten die ten tijde van de tapgesprekken worden aangestraald (in de buurt van het pand in kwestie) en het feit dat ten tijde van die tapgesprekken daadwerkelijk sprake was van hennepteelt in de panden aan de [adres 3] , de [adres 2] en [adres 4] .

A-1 [adres 3] [plaats 2]

Op grond van de bewijsmiddelen neemt de rechtbank het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, als vaststaand aan.

Op 3 juni 2019 is in het pand aan de [adres 3] in [plaats 2] een hennepkwekerij aangetroffen. Er waren drie kweekruimtes ingericht, met daarin in totaal 565 hennepplanten. Er wordt uitgegaan van één eerdere oogst en daarmee hennepteelt vanaf 11 februari 2019.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] bekend dat deze hennepkwekerij van hem was, dat hij de enige eigenaar was en dat hij in de hennepplantage heeft gewerkt.

Nu medeplegen ten laste is gelegd, dient de rechtbank te beoordelen of er meer verdachten bij deze hennepkwekerij betrokken zijn. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Er zijn meerdere voor dit pand relevante tapgesprekken en berichten. Daaruit blijkt het volgende.

Op 10 maart 2019 stuurde [verdachte] een SMS-bericht naar [medeverdachte 7] , waarin onder andere staat dat hij op 59 is.
Op 13 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] , waarin [verdachte] aangeeft van [plaats 3] naar [plaats 2] te gaan om water te geven aan de nieuwe planten.
Op 14 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] , waarin [verdachte] aangeeft dat de jongens naar [plaats 2] moeten komen om te knippen, dat ze alles binnen 3 à 4 uur kunnen afwerken omdat alles anders kapot gaat.
Op 15 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [naam 9] , waarin [naam 9] aangeeft dat zij in [plaats 2] is en [verdachte] vraagt hoeveel graden het in de grote

slaapkamer is waarop [naam 9] antwoordt met 23-26.

Op 20 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] vraagt of [medeverdachte 7] de tijdklok in de kleine slaapkamer op 12 uur kan zetten en [medeverdachte 7] aangeeft dat zij in [plaats 2] is tot 5 uur.
Op 22 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [naam 9] , waarin [verdachte] zegt dat [naam 9] hem moet bellen als zij in [plaats 2] is omdat hij wil weten wat de afstand is tussen de lampen en de planten in de grote slaapkamer.
Op 26 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] , waarin [verdachte] aangeeft naar [plaats 2] te gaan om te spuiten en dat hij met [medeverdachte 6] is.
Op 26 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangeeft naar [plaats 2] te gaan en alles geknipt te hebben. [medeverdachte 7] vraagt

hoe het met de oogst gaat en [verdachte] antwoordt dat het niet slecht is.

- Op 26 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangeeft dat [medeverdachte 7] meteen naar [plaats 2] moet gaan omdat die teef iets

gedaan had waardoor er geen elektriciteit meer was.

- Op 28 maart vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangeeft dat hij naar [plaats 2] wil gaan om alles klaar te maken voor de

onderdelen die morgen komen.

Op 1 april 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangeeft dat hij experimentele onderdelen heeft welke hij beneden in 59 gaat plaatsen en dan zullen zien hoe goed ze zijn.
Op 22 april 2019 stuurde [verdachte] een SMS-bericht naar [medeverdachte 7] , waarin staat

dat als [medeverdachte 7] tot 12 uur klaar is in 59, dit geweldig zou zijn.

Op 4 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [medeverdachte 7] aangeeft dat zij een herinnering kreeg dat er in 59 water moest worden gegeven, waarop [verdachte] antwoordt dat [naam 9] van tevoren water moet verzamelen en dat het water alleen in de grote staat en niet in de kleine. [verdachte] zegt dat er in de kleine een net over heen moet.
Op 25 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin hij onder andere aangeeft dat hij in [plaats 2] onder en boven gaat knippen en dan alles weg zal gaan halen.
Op 25 mei 2019 stuurde [verdachte] een SMS-bericht naar [naam 9] , waarin onder andere staat dat [plaats 2] op 6 juni dicht gaat en dat [naam 9] hier kan blijven slapen tot

[verdachte] alles weg haalt.

Op 31 mei 2019 stuurde [medeverdachte 7] een SMS-bericht naar [verdachte] , waarin staat dat zij in 59 is en dat zij de telefoon in de auto zal laten en met de telefoon van [naam 9] zal bellen ais dit nodig is.
Op 3 juni 2019 (toevoeging rechtbank: na ontdekking van de hennepkwekerij) vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [naam 9] , waarin [naam 9] aangeeft dat [plaats 2] ontdekt is, waarop [verdachte] tegen [naam 9] zegt niet naar binnen toe te gaan en naar [naam 7] toe te gaan.

Verder zijn de volgende tapgesprekken relevant:

11 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] en zegt dat hij met [naam 9] had gesproken en heeft gezegd dat [medeverdachte 6] al onderweg is. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 6] voor de deur kan parkeren.
11 mei 2019, locatie gebelde ( [medeverdachte 6] ): [adres 14] [plaats 2] : [verdachte] belt met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 6] zegt dat het boven kapot is, waarop [verdachte] zegt “nee, het gif is onder, er is te veel SH”. [medeverdachte 6] zegt dat de kleur niet goed is. [verdachte] vraagt of het ook in de kleine slaapkamer is. [medeverdachte 6] zegt “ja”. [medeverdachte 6] zegt dat de slechte tanden verwijderd moeten worden. [verdachte] zegt dat het minder dan 10 gram zal zijn. Stem van [naam 9] op de achtergrond.
12 mei 2019, locatie beller ( [medeverdachte 6] ): [adres 14] [plaats 2] : [medeverdachte 6] belt met [verdachte] en zegt dat hij in zijn auto zit en de crimineel ziet, die naast zijn auto staat. [verdachte] zegt in het Russisch dat [naam 9] nu naar beneden komt om de deur te openen, wanneer die vent weg is. [medeverdachte 6] zegt dat hij zal aankloppen en ze moeten de deur openen. [verdachte] zegt dat [naam 9] boven is en ze nu naar beneden komt.
18 mei 2019, 9.48 uur: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] en zegt dat hij over 15 minuten in [plaats 2] zal zijn. [medeverdachte 6] kan komen en [verdachte] helpen. [verdachte] zegt dat [naam 7] tot 1 uur bij hem zal zijn en [naam 9] tot 12 uur.
18 mei 2019, 12.42, locatie beller ( [verdachte] ) [adres 15] [plaats 2] : [medeverdachte 6] staat voor de deur. [verdachte] komt naar beneden.
18 mei 2019: [naam 9] belt met [naam 7] en zegt dat ze onderweg is. [naam 7] zegt dat [medeverdachte 6] al in 59 is. [verdachte] schreef aan [naam 7] dat het eten niet opgeruimd is. [naam 9] had het ook niet gedaan. [naam 9] heeft de kleding van [medeverdachte 6] gewassen, ze zegt dat daar niet veel werk is. [verdachte] zei eerder dat [naam 9] zaterdag vrij zal zijn, maar het was niet zo.

Tot slot zijn de volgende tapgesprekken relevant voor de beoordeling van het medeplegen:

5 maart 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en [naam 7] zegt dat ze morgen naar [plaats 2] gaat en een sleutel voor [naam 9] moet verbergen.
20 maart 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en zij zegt dat ze in [plaats 2] is. [verdachte] vraagt of ze de tijdklok in de kleine slaapkamer op 12 uur kan zetten. Hij zal haar online navigeren en vertellen wat ze moet doen.
26 maart 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en geeft aan dat hij zo naar [plaats 2] gaat om gif te geven. [naam 7] zal op hem wachten. Ze zegt dat [naam 9] gisteren een politieauto had gezien en wilde weten wat dat betekent.
6 april 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en [naam 7] zegt dat ze in [plaats 2] is geweest en de stekken beneden heeft gezien. Op de eerste verdieping zijn ze minder goed dan beneden.
10 april 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en [naam 7] zegt dat ze in [plaats 2] is geweest bij [naam 9] . [verdachte] is boos dat ze er pas laat was en hij vindt dat ze geen verantwoordelijkheid neemt voor als er daar iets mis gaat of er bekeuringen komen.
16 april 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en ze bespreken de werkwijze met betrekking tot de planten. [naam 7] moet dit ook aan [naam 9] doorgeven. [naam 7] vraagt wanneer ze de ampullen tegen de meeldauw moet gebruiken. [verdachte] zegt na 2 dagen.
10 mei 2019: [naam 7] belt met [naam 9] en vertelt dat [verdachte] heeft gezegd wat ze in [plaats 2] moet doen, alleen sproeien. [naam 9] had een man ontmoet die tegen haar zie dat hij wit (de rechtbank begrijpt: wiet) verbouwd in een kas. Ze zei tegen hem dat zij het ook doet, maar hij geloofde het niet.
10 mei 2019: [naam 7] belt met [naam 9] en zegt dat [verdachte] vroeg of [naam 9] water kon verzamelen. Zondag en maandag moeten ze beginnen met knippen in [plaats 2] . [naam 9] is in [plaats 2] , ze had goed geslapen.
11 mei 2019: [naam 7] wordt gebeld door [naam 9] . [naam 7] gaat naar [plaats 2] om te kijken of het water uitstaat. [naam 9] had al water verzameld. [naam 7] wil het wegen, hij wil weten hoeveel ze verkopen. [naam 7] moet komen helpen in haar vrije tijd.
11 mei 2019: [verdachte] belt met [naam 7] en ze spreken over ‘59’ en [naam 7] vraagt of [medeverdachte 6] daar is geweest. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 6] daar was met [naam 9] . Volgens [medeverdachte 6] moest daar geknipt worden.
16 mei 2019: [naam 7] belt met [naam 9] en ze spreken over het knippen. [naam 7] komt om 10 uur en dan gaan ze knippen.
19 mei 2019: [naam 7] wordt gebeld door [naam 9] . [naam 7] zegt dat de kleine tent water moet hebben. Ze zegt dat hij haar vrijdag weg wilde sturen en alles dichtgooien.
25 mei 2019: [verdachte] wordt gebeld door [naam 7] . Ze maken ruzie over geld en [naam 7] zegt dat [naam 9] meer van [plaats 2] begrijpt dan zij. Hij zegt dat ze het in [plaats 2] zelf moet regelen, hij zal haar telefonisch helpen en voeding geven. [naam 7] zegt dat ze vindt dat zij en [naam 9] veel in [plaats 2] doen. Hij zegt dat hij [naam 9] vanaf 6 juni niet meer zal betalen. Hij zal beneden knippen en dan boven.
28 mei 2019: [naam 7] belt met [naam 9] en zegt dat ze naar [plaats 2] moeten om te planten.
31 mei 2019: [naam 7] wordt gebeld door [naam 9] . [naam 7] is bang dat ze samen met [naam 9] moet knippen. [naam 9] denkt dat de jongens ook wel komen, want [verdachte] had gezegd dat het tijd was om te knippen. [naam 9] zegt dat er veel werk is en dat ze dagelijks moeten werken, knippen en opnieuw planten.

- Op 19 mei 2019 om 19:20 uur vindt er gesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [naam 9] . Het gesprek gaat over feit dat [naam 9] liever alleen werkt met [verdachte] dan met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] erbij. [naam 9] heeft geknipt met [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5].

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het voorgaande wettig en overtuigend worden bewezen dat in het pand aan de [adres 3] in de ten laste gelegde periode hennepplanten werden geteeld door [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , waarbij zij zo nauw en bewust samenwerkten (ook met ene [naam 9] ) dat sprake is van medeplegen.

Met betrekking tot de betrokkenheid van [medeverdachte 6] merkt de rechtbank nog op dat uit de voorgaande tapgesprekken kan worden opgemaakt dat [naam 9] degene was die toezicht moest houden op de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] en om die reden daar veelvuldig verbleef en ook sliep. Haar naam komt niet naar voren in relatie tot hennepkwekerijen in andere panden. Daarom mag worden aangenomen dat, als [naam 9] in een tapgesprek naar voren komt, dit gesprek gaat over de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] . Duidelijk is daarom bijvoorbeeld dat, waar [verdachte] op 12 mei 2019 tegen [medeverdachte 6] zegt dat [naam 9] naar beneden zal komen, [medeverdachte 6] bij het pand aan de [adres 3] is, en dat, waar [naam 9] op 19 mei 2019 tegen [medeverdachte 7] zegt dat ze heeft geknipt met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , het gaat over knippen van hennepplanten in het pand aan de [adres 3] .

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de tapgesprekken, noch uit enig ander bewijsmiddel, worden opgemaakt dat [medeverdachte 5] zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in het pand aan de [adres 3] . [medeverdachte 5] komt (anders dan [medeverdachte 6] ) enkel in het tapgesprek van 19 mei 2019 ter sprake ([naam 9] tegen [medeverdachte 7] zegt dat ze heeft geknipt met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5]), en dat volstaat niet. Uit de tapgesprekken kan wel worden afgeleid dat [medeverdachte 5] wetenschap had van de in het pand aan de [adres 3] aanwezige hennepkwekerij, maar dat is onvoldoende. Wel werd de hennepkwekerij geëxploiteerd door de criminele organisatie, waarvan ook [medeverdachte 5] deel uitmaakte, zoals hierna nog aan de orde zal komen.

A-2 [adres 2] [plaats 1]

Op grond van de bewijsmiddelen neemt de rechtbank het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, als vaststaand aan.

Op 2 december 2018 hebben verbalisanten zich toegang verschaft tot het pand aan de [adres 2] in [plaats 1] en waargenomen dat in een afgetimmerde ruimte geschat 500 zwarte bloempotten stonden met daarin potgrond en planten. Alle planten betroffen een groene vaste stof, sterk gelijkend wat betreft kleur en overige uiterlijke verschijningsvormen op een hennepplant. Gelet op de hoogte van de hennepplanten rees het vermoeden dat deze recent waren geplant c.q. geplaatst.

Eerder, op 21 november 2018, is een heimelijk inkijk gedaan in het pand, waarbij een hennepkwekerij in opbouw is waargenomen. Op 23 juli 2019 is in het pand een hennepkwekerij aangetroffen. Er waren vier kweekruimtes ingericht, met daarin in totaal 2598 hennepplanten.

Er wordt uitgegaan van hennepteelt vanaf 29 november 2018 en twee eerder gerealiseerde oogsten.

[verdachte] heeft verklaard dat hij in dit pand samen met anderen hennep heeft gekweekt en dat hij ging over de opbrengsten. Hij heeft in de hennepkwekerij geïnvesteerd. De winst zou verdeeld worden en hij zou daarvan een deel krijgen.

Op 23 juli 2019 kwam vanuit de richting van het pand een persoon lopen. Deze persoon werd even daarna aangehouden en bleek [medeverdachte 6] te zijn. [medeverdachte 6] droeg, bij zijn aanhouding, een sleutel bij zich welke bleek te behoren bij het pand [adres 2] .

[medeverdachte 5] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in [plaats 1] . Hij heeft daar ook werkzaamheden gedaan, zoals plantjes verzorgen, water geven, temperatuur in de gaten houden etcetera.

Daarnaast zitten er meerdere voor dit pand relevante tapgesprekken en berichten in het dossier, waaruit het volgende blijkt over de samenwerking tussen de verschillende verdachten.

- Op 27 maart 2019 stuurde [verdachte] een SMS-bericht naar [medeverdachte 7] , waarin stond dat hij nu in nxl zit. - Op 29 april 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] , waarin [verdachte] aangaf bij de deur te staan, waarop [medeverdachte 6] zegt dat hij naar de deur komt om deze te openen. - Op 25 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] , waarin [verdachte] aangaf dat 'ze’ nog 6 auto’s willen voor 3,9. [medeverdachte 6] zei dat ze een voorbeeld van

school kunnen halen, want het is dichtbij. - Op 28 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] , waarin [verdachte] aangaf dat ze overmorgen onderdelen krijgen. [verdachte] zei naar de school te

gaan, omdat de auto’s daar klaar zijn en zij daar ’s nachts moeten zijn om te waken. - Op 10 juni 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] , waarin [medeverdachte 5] aan [verdachte] vroeg of ze het afval van de school in de container kunnen gooien. - Op 11 juni 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangaf dat hij in nxl moet gaan voorbereiden voor het knippen morgen. - Op 23 juni 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] , waarin [verdachte] aangaf dat hij op school is en er een paar had uitgezet van die kleintjes omdat het heel warm was. [medeverdachte 5] gaf aan dat het bij kleintjes 32 was toen hij weg ging en daarom niks had gedaan.

Verder zijn de volgende tapgesprekken relevant:

- 25 mei 2019, locatie gebelde ( [medeverdachte 5] ): [plaats 1] : [verdachte] belt met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] zegt tegen [verdachte] dat hij melk geeft in de 3de. [verdachte] vraagt over de 2de. [medeverdachte 5] weet het nog niet, het kan nog niet geoogst worden maar het is ook niet slecht. - 6 juni 2019, locatie gebelde ( [medeverdachte 6] ): [adres 16] [plaats 1] : [medeverdachte 5] belt met [medeverdachte 6] . [medeverdachte 6] geeft melk. [medeverdachte 5] is in het dorp, hij moet bellen als hij aankomt. - 18 juni 2019, locatie gebelde ( [medeverdachte 6] ): [adres 16] [plaats 1] : [medeverdachte 5] belt met [medeverdachte 6] . [medeverdachte 6] zegt dat het warm is, 38-40. [medeverdachte 5] zegt dat het naar beneden moet. [medeverdachte 6] dat het niet lukt, het wordt 33. [medeverdachte 5] zegt dat het 's avonds minder wordt. [medeverdachte 6] zegt dat het niet anders kan. [medeverdachte 6] zegt dat het gif is toegediend en het net er overheen is gedaan. [verdachte] vroeg aan [medeverdachte 5] om naar Arnhem gaan en het spul te zien, daarna komt hij.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het voorgaande wettig en overtuigend worden bewezen dat in het pand aan de [adres 2] in de ten laste gelegde periode (en overigens ook daarvóór al) hennepplanten werden geteeld door [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , waarbij zij zo nauw en bewust samenwerkten dat sprake is van medeplegen.

A-3 [adres 4] [plaats 3]

Op grond van de bewijsmiddelen neemt de rechtbank het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, als vaststaand aan.

Op 23 juli 2019 is in het pand aan de [adres 4] in [plaats 3] een hennepkwekerij aangetroffen. Er waren twee kweekruimtes ingericht, met daarin in totaal 240 hennepplanten. Er wordt uitgegaan van hennepteelt vanaf 11 december 2014 en 23 eerder gerealiseerde oogsten.

[verdachte] heeft verklaard dat hij de eigenaar was van de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 4] . Anderen hebben hem geholpen bij de opbouw en de kweek.

Er zitten daarnaast ook voor deze kwekerij meerdere relevante tapgesprekken in het dossier, waaruit het volgende blijkt over de samenwerking tussen de verdachten. Zoals hiervóór overwogen, wordt met ‘ [plaats 6] ’ de [adres 4] in [plaats 3] bedoeld.

- Op 13 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangeeft dat in [plaats 6] dezelfde shit is als in [plaats 2] en dat ze kort zijn gebleven. [verdachte] zegt dat ze al aan het bloeien zijn, en dat hij ze water geeft en hoopt dat ze 15 cm langer worden.

- Op 22 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [medeverdachte 7] vraagt wanneer er in [plaats 6] is geplant, waarop [verdachte] antwoordt op 18 februari. [verdachte] zegt dat hij straks gaat kijken hoe groot ze geworden zijn. - Op 11 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [verdachte] aangaf dat ze nu in [plaats 6] hangen te drogen.

- Op 15 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [naam 10] , waarin [verdachte] aangeeft dat hij de auto’s in [plaats 6] geverfd heeft en dat ze mooi zijn. - Op 25 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , waarin [medeverdachte 7] vroeg waarom ze in [plaats 6] hebben gespoeld, waarop [verdachte] antwoordt dat het daar ook niet groeit. Verder zegt [verdachte] te hebben gemeten in [plaats 6] en zegt hij dat het water

beneden in de kleine tent 3 of 2 en nog wat was. [verdachte] zegt dat er nieuwe stekjes moeten worden gekocht voor de kleine tent.

Verder zijn de volgende tapgesprekken relevant:

- 15 mei 2019: locatie gebelde ( [verdachte] ): [adres 17] [plaats 6] : [medeverdachte 6] belt met [verdachte] en vraagt of de deur open is. [verdachte] zegt “nee”. [medeverdachte 6] vraagt of de deur open gelaten kan worden, hij is er bijna. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 6] moet aanbellen en [verdachte] komt naar beneden. - 16 mei 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] en [medeverdachte 6] zegt dat 4de melk moet hebben in 04, morgen zal het 12 worden. [verdachte] vraagt of ze bloeien, [medeverdachte 6] zegt dat het te donker was, hij kijkt in de ochtend, ze zien elkaar morgen. - 29 mei 2019: locatie gebelde ( [medeverdachte 6] ): [adres 16] [plaats 1] : [medeverdachte 5] belt met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 6] zegt dat hij in 04 melk moet geven, [medeverdachte 5] is onderweg. - 6 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 6] zegt dat hij in 04 melk moet geven. - 9 juni 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] . [verdachte] is in 04. - 10 juli 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] . [verdachte] is in 04 bezig.

Wanneer in gesprekken “ [plaats 6] ” of “04" genoemd wordt, blijkt dat op het moment van dat gesprek vaak de masten aangestraald worden aan de (…) [adres 17] [plaats 6] . Deze masten staan in de directe omgeving van het genoemde pand. Gelet hierop, mag naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 6] op 15 mei 2019 op weg was naar het pand aan de [adres 4] . Gelet op het gesprek met [naam 10] knipte of behandelde [verdachte] daar die dag de hennepplanten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het voorgaande wettig en overtuigend worden bewezen dat in het pand aan de [adres 4] in de ten laste gelegde periode hennepplanten werden geteeld door [verdachte] en [medeverdachte 6] , waarbij zij zo nauw en bewust samenwerkten dat sprake is van medeplegen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de tapgesprekken, noch uit enig ander bewijsmiddel, worden opgemaakt dat [medeverdachte 5] zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in het pand aan de [adres 4] . Hier komt enkel het tapgesprek van 29 mei 2019 in beeld, waarin [medeverdachte 6] zegt dat ‘hij’ in 04 melk moet geven, maar dat volstaat niet. Weliswaar is duidelijk dat met ‘melk’ wordt bedoeld ‘water’ en lijkt het erop dat [medeverdachte 6] vanuit [plaats 1] tegen [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 5] in het pand aan de [adres 4] de hennepplanten water moet geven, en dat [medeverdachte 5] ook naar dat pand onderweg is, maar geheel duidelijk is dit niet. Niet duidelijk is wie met ‘hij’ wordt bedoeld. Uit de tapgesprekken kan wel worden afgeleid dat [medeverdachte 5] wetenschap had van de in het pand aan de [adres 4] aanwezige hennepkwekerij, maar dat is onvoldoende. Wel werd de hennepkwekerij geëxploiteerd door de criminele organisatie, waarvan ook [medeverdachte 5] deel uitmaakte, zoals hierna nog aan de orde zal komen.

A-4 Diefstal stroom

[adres 3] en [adres 2]

Op grond van de bewijsmiddelen neemt de rechtbank het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, als vaststaand aan.

In de hennepkwekerij aan de [adres 3] zag de fraudespecialist van [slachtoffer] dat de deksel van de aansluitkast was en dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze illegale aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. (…) De fraudespecialist zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Hij zag namelijk dat er zwaardere hoofdzekeringen geplaatst waren.

Contractueel hoort er 1 x 35 A in te zitten. Hij zag dat er nu zekeringen met een waarde van 3 x 35 A geplaatst waren.

In de hennepkwekerij aan de [adres 2] zag de fraudespecialist van [slachtoffer] dat het deksel van de hoofdaansluitkast was verwijderd en dat de zegels hierdoor waren verbroken. Verder zag hij dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders 4x een illegale

3 fasen elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat deze illegale 3 fasen elektriciteitsaansluitingen buiten de elektriciteitsmeter om liepen naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit.

Over de stroomvoorzieningen ten behoeve van de hennepkwekerijen in de panden aan de [adres 3] en [adres 2] heeft [verdachte] verklaard dat hij opdracht heeft gegeven aan “een deskundige” om deze buiten de meter om aan te leggen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Wat betreft [medeverdachte 6] stelt de rechtbank voorop dat hij in 2017 tijdens een politieverhoor heeft bevestigd dat hij eerder in een hennepkwekerij in [plaats 7] de stroom heeft omgelegd en dat hij de kennis heeft om dat te doen omdat hij het van zijn opa, een elektricien, heeft geleerd. [medeverdachte 6] heeft dus verstand van zaken waar het om stroomvoorziening gaat en dat hij niet op de hoogte zou zijn van de illegale afname van stroom in de hennepkwekerijen ligt dus allerminst voor de hand. Verder geldt nog het volgende.

Over de stroomvoorziening in de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 2] : naast de voornoemde verklaring, die op zichzelf al meebrengt dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van stroom door middel van verbreking, heeft [verdachte] ook verklaard dat de winst uit deze hennepkwekerij verdeeld zou worden. Hij heeft op deze locatie hennep geteeld samen met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] . Naar het oordeel van de rechtbank mag worden aangenomen dat ook zij een deel van de winst zouden krijgen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat, als er al een opdracht aan een deskundige is gegeven voor de illegale stroomvoorziening, dit een opdracht van hen samen betrof. De feitelijke verbrekingshandelingen die zijn gepleegd, zijn daarom in hun opdracht verricht, met als doel te voorzien in een illegale stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij. De samenwerking was gericht op de diefstal van stroom, waarbij van belang is dat het een feit van algemene bekendheid is dat het doel van het wegnemen van stroom bij een hennepkwekerij is om ontdekking van de kwekerij te voorkomen.

Over de stroomvoorziening in de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3]: De voornoemde verklaring van [verdachte] over de inschakeling van een deskundige brengt op zichzelf al mee dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van stroom door middel van verbreking. [verdachte] heeft op deze locatie hennep geteeld samen met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . Over hen overweegt de rechtbank nog het volgende. Naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad brengt betrokkenheid van een verdachte bij de teelt van hennep op zichzelf nog niet mee dat deze verdachte zich ook schuldig maakt aan het opzettelijk wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit. Concrete gedragingen van een verdachte waaruit zijn betrokkenheid bij de teelt blijkt en de omstandigheden waaronder die teelt plaatsvond, kunnen meebrengen dat (het niet anders kan zijn dan dat) een verdachte zich ook heeft schuldig gemaakt aan het wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit.

Gelet op de ten aanzien van deze hennepkwekerij weergegeven tapgesprekken, waaruit blijkt van een wezenlijke rol van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] bij de teelt van de hennepplanten, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat ook zij wisten dat dat de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij buiten de meter om werd afgenomen. Daarbij is van belang dat het een feit van algemene bekendheid is dat hennepkwekerijen veel stroom verbruiken, zeker kwekerijen van dit formaat, en dat de stroom bijna altijd buiten de meter om wordt afgenomen om ontdekking van de kwekerij te voorkomen. Wat betreft [medeverdachte 7] wijst de rechtbank in dit verband in het bijzonder nog op het hiervóór weergegeven tapgesprek van 26 maart 2019, waarin [verdachte] tegen [medeverdachte 7] zegt dat ze naar [plaats 2] moet gaan omdat er geen elektriciteit meer was, en op de hierna nog weer te geven tapgesprekken van 8 mei 2019, waarin [medeverdachte 7] met [verdachte] haar kennis deelt over het aantal voor hennepkweek benodigde ampères.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , en daarmee van het medeplegen van diefstal van stroom.

Bewijs voor betrokkenheid van [medeverdachte 5] bij de diefstal van stroom in de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] ontbreekt. Wel werd deze hennepkwekerij geëxploiteerd door de criminele organisatie, waarvan ook [medeverdachte 5] deel uitmaakte, zoals hierna nog aan de orde zal komen.

[adres 4]

Aan [verdachte] is in feit 2 niet de diefstal van stroom ten behoeve van de hennepkwekerij aan de [adres 4] ten laste gelegd. Toch zal de rechtbank deze diefstal hieronder bespreken, dit gelet op wat in feit 4 ten eerste aan [verdachte] ten laste is gelegd, deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk (onder andere) de diefstal van stroom door middel van verbreking. [verdachte] maakt deel uit van deze criminele organisatie, zoals hierna nog aan de orde zal komen.

Ten aanzien de hennepkwekerij aan de [adres 4] is geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat twee stroomkabels aangesloten waren in de hoofdaansluitkast onder de meter. De fraudespecialist van [bedrijf 1] heeft aangifte gedaan van diefstal van energie door middel van een illegale aftak in de hoofdaansluitkast, 3 x 35 ampère. Hier wordt herhaald dat ten aanzien van de hennepkwekerij wordt uitgegaan van hennepteelt vanaf 11 december 2014 en 23 eerder gerealiseerde oogsten.

Wat de rechtbank hiervóór heeft overwogen ten aanzien van de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] , gaat in gelijke zin ook hier op, zij het dat [verdachte] in dit geval met in elk geval [medeverdachte 6] heeft samengewerkt bij de diefstal van stroom door middel van verbreking.

Conclusie ten aanzien van de feiten 1 en 2

De rechtbank concludeert dat het in de feiten 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Wat betreft feit 2 geldt dat bewezen kan worden dat dit is gepleegd in de periode vanaf 23 december 2018, gelet op de ten aanzien van de [adres 2] op 2 december 2018 gedane waarnemingen, zoals hiervóór weergegeven. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen van professionele hennepteelt, zodat ook het onderdeel ‘in beroep of bedrijf’ bewezen kan worden.

B. Deelname aan een criminele organisatie (feit 4)

Juridisch kader

Volgens vaste rechtspraak moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan: een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon, om als deelnemer aan de organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven, en zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken. Het oogmerk ziet op het feitelijke en gewenste doel van de organisatie. Voor bewijs van het bestanddeel "oogmerk" zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 Sr bedoelde oogmerk. De deelneming moet voor de verdachte op zichzelf worden beoordeeld. Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken. In het bestanddeel deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat voor deelneming voldoende is dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

Artikel 11b OW is een specialis van artikel 140 Sr. Voor de uitleg van het begrip criminele organisatie in artikel 11b OW, verwijst de rechtbank naar het voorgaande. Datzelfde kader geldt ten aanzien van het tenlastegelegde in feit 4 ten tweede, met dien verstande dat het oogmerk van de organisatie in de zin van artikel 11b OW gericht moet zijn op (in dit geval) een misdrijf als bedoeld in artikel 11, leden 3, 4 of 5, OW.

Binnen het voorgaande juridische kader dient de rechtbank te beoordelen of [verdachte] kan worden aangemerkt als behorend tot een criminele organisatie.

Samenwerkingsverband en leden

De rechtbank zal hierna eerst ingaan op wat naar voren komt uit een aantal (niet uitputtend weergegeven) relevante tapgesprekken.

Tapgesprekken over vraagprijzen hennep, opbrengst hennepteelt, (het bijhouden van) de ‘kas’ en het brengen of overmaken van geld naar het buitenland:

7 maart 2019: [medeverdachte 5] belt met [verdachte] : [verdachte] zegt “dat de mensen het geld over een week gaan betalen. 28 240 van turken 6 en nog van van [naam 11] , ongeveer 50. 20 van [naam 12] . Ze hebben nu 28 en 240 en 6 en nog wat, het gaat om het cashen. 34000 .”
10 maart 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : [verdachte] zegt “ dat het 3950 is. ze hadden 12250 . 700 is van [naam 13] , 300 van [naam 14] , 5 is aan de kale gegeven, de kleine dingen kunnen ze voor 3,8 weg doen.”
27 maart 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] :“ [verdachte] vertelt dat "ze’ een beetje in prijs gaan zakken, er is nog 40000 nodig voor het dak, want het is van asbest. (…) [medeverdachte 6] zegt dat nu al zoveel geld verdienen , hoe kan dat dat ze daar het niet zouden doen. [verdachte] zegt dat ze 10000 zouden kunnen plaatsen. [medeverdachte 6] zegt dat anders ze 50000 niet genoeg zouden hebben. [verdachte] zegt dat ze na een paar maanden weg zouden zijn. 3200 voor 20, ze zouden in 1 keer klaar zijn. Als ze maar de sleutels krijgen. (…) [verdachte] zegt, als voor 2,6 20 zou lukken, het zijn 70 auto's. [medeverdachte 6] vindt dat ze het moeten doen. (…) [medeverdachte 6] zegt dat ze het geld moeten verzamelen, [verdachte] heeft 134 en wat ze van die auto's krijgen, maar [medeverdachte 5] moet een huis kopen , [medeverdachte 6] heeft ook geen geld. [verdachte] zegt dat ze zo iets meteen moesten doen, ze waren dom om in [plaats 4] 2 dingen te

kopen. Toen zou het voor 250 zijn. [medeverdachte 6] zegt dat ze een grote ruimte moeten verdelen, in 1 week 1,5 oogsten, in de tweede week ook 1,5 oogsten. [medeverdachte 6] zegt dat ze de mogelijkheden in Oekraïne moeten bekijken, want met geld is daar alles te regelen. [verdachte] zegt dat voor een prijs voor 24 en 16 konden ze toen zo’n pand kopen en investeren. [medeverdachte 6] zegt dat als ze hun ingelegd bedrag terug verdienen en nog een

keer zo’n deel, dan kunnen ze weg. Ze konden het snel doen en klaar. Of moeten ze ook met de Turken praten over de mogelijkheden. (…) [medeverdachte 6] zegt dat ze een jaar kunnen werken en weggaan . Als ze nu 200000 krijgen dan is het voor [medeverdachte 5] . [verdachte] zegt dat ze het in juli augustus kunnen doen. [medeverdachte 6] zegt als ze niet meer dan 170 hebben. Of als de verkoper voor 200 weggeeft. [verdachte] kan ze e-mail sturen. (…) [medeverdachte 6] zegt dat hij nog gel in Rusland bij [naam 42] heeft en klaar, 500-600000Rus [medeverdachte 1] , dit is alles wat hij heeft . [medeverdachte 5] zei dat hij een huis voor 60 of 80000 wil kopen . (…) [medeverdachte 6] wil dat ze het pand kopen, (…) [verdachte] zegt als ze van de school 200 als inkomsten zouden hebben... [medeverdachte 6] zegt dat het gaat lukken. [medeverdachte 5] kan voor 100 een huis kopen en 100 kunnen ze gebruiken. [medeverdachte 5] moet nog 20000 aan [medeverdachte 6] geven, dus het is al 30000 . Ze moeten goed nadenken, want als ze alles uitgeven, dan wordt het moeilijk. Het is afhankelijk van [medeverdachte 5] of hij 100 wil investeren. (…) [medeverdachte 6] vindt dat ze alles moeten doen om dit pand te krijgen. Zelfs als ze de auto's voor 3,8 moeten afgeven. (…)”

5 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “ [verdachte] zegt dat hij met 'hem' heeft afgerekend, [verdachte] kan aan [naam 7] geld geven , hij heeft 1000 van kas gehaald . [naam 7] vraagt of ze 1000 in de spaarpot van [naam 15] moet doen, [verdachte] zegt dat het 2500 is plus 600 van [naam 9] is. [verdachte] (…) moet nog 600 aan [naam 9] betalen, hij geeft 1000 aan [naam 7] . (…)”.
12 april 2019: [medeverdachte 7] belt met [verdachte] : “ [naam 7] wil dat ze morgen naar de garage gaan, ze had een auto gezien voor 15500. [verdachte] zegt dat hij van 1 tot 15 juli zijn eigen geld van nxl zal hebben . Dan kan hij het wel, hij moet het geld nu van de kas halen . Ze vraagt waarom, want [plaats 6] werkt nu wel. Hij zegt dat in [plaats 6] voor 1800 had geknipt, hij moet nog 4 of 5 duizend hebben, maar het is niet genoeg, ze zegt dat ze een lening kunnen afsluiten, maar dat wil hij niet. Hij wil liever uit de kas halen, want die is niet leeg . Maar hij wil dit liever niet doen, [naam 7] zegt dat ze binnenkort een paar duizend zal hebben . (…)”
17 april 2019: [medeverdachte 7] belt met [verdachte] : “(…) [verdachte] zegt dat hij veel problemen heeft, mensen moeten hem 36000 betalen maar elke keer zeggen ze vandaag/morgen.”
17 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “ [verdachte] zegt dat hij niet begrijpt waarom hij naar Breda moest, 'hij' zei dat het geld daar is, als hij niet naar [plaats 3] wil, maar de garage is goed. [naam 7] vraagt of hij met het geld rondrijdt. [verdachte] zegt: het is maar 10000. (…) Hij heeft een geheime plek in de auto, hij kan het geld daar verstoppen. (…)”
29 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “(…) [verdachte] zegt dat hij 130 naar een rekening in Armenië had overgemaakt , na 2 maanden kunnen ze gebruik gaan maken, hij wil investeren , [naam 7] zegt dat hij in dit geval niet thuis zal zijn, hij zal 's avonds thuis

zijn en het is voor 2 jaar en niet voor 4 jaar. Hij heeft het met [medeverdachte 6] besproken . (…)”

17 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 4] : “ [verdachte] zegt dat de vent belde, [verdachte] is in [plaats 2] , de vent kwam naar [plaats 2] met de papieren bij de Lidl. Hij zou 26100 moeten geven, hij gaf 16, 10170 geeft hij maandag . [verdachte] wil het

geld naar huis brengen , hij wil niet met het geld [naam 20] de school gaan. Hij zegt dat het werk doorgaat. Hij zal vandaag spoelen maar de opgehangen dingen zijn nog nat om te plukken. [naam 8] snapt niet waarom het zo is. [verdachte] zegt dat het nooit zoiets was , als hij zijn kosten dekt en 1000 verdient dan is het goed en 1200 voor de stengels . Als ze het goed verkopen, "hij’ had het gezien dat vroeger beter was. [verdachte] zal de auto ver weg parkeren, en het geld stopt hij in het verstopplekje , als hij zou kunnen rijden. (…)”

18 mei 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] : “(…) [medeverdachte 6] zegt dat [verdachte] hem geld moet geven en uitschrijven als hij in [plaats 3] is, hij moet morgen weg en heeft slechts €50. Hij wil €500, maar in kleine biljetten , [verdachte] zegt dat die vent alleen 500 had gegeven. [verdachte] had niet gezien wat [medeverdachte 5] had meegenomen , want [medeverdachte 5] deed het met [naam 8] . [medeverdachte 6] zegt dat de grote biljetten naar Armenië kunnen, daar kunnen ze bij de bank wisselen . (…)”
25 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : “ [verdachte] heeft goed nieuws , die vent betaalde 25400 van 37, 7000 betaalt hij tot 12u 's nachts . De rest krijgen ze uiterlijk op donderdag . [medeverdachte 5] is tevreden, het was 3.9 geen 4, [medeverdachte 5] vindt 3,9 een goede prijs, [verdachte] zegt dat een ervaren iemand als [naam 16] zou die albino niet voor 3,9 kopen, hij zou ze voor minder dan 3,8 willen.”
9 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] : “ [verdachte] vraagt of [medeverdachte 6] 500 per ze vandaag moet hebben of het kan wachten. [medeverdachte 6] kan wachten, [verdachte] zegt dat hij het morgen ochtend regelt, want het ligt onder het bed en het is nu opengeklapt.”
21 juni 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] : “ [medeverdachte 6] had met [medeverdachte 5] afgesproken, [medeverdachte 5] zal van 30 geld ophalen voor [medeverdachte 6] . [verdachte] moet het klaar leggen.”

20 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] : “(…) Hij vraagt of [medeverdachte 6] de aantallen van de weggebrachte auto's had opgeschreven. [medeverdachte 6] zegt dat 6 waren weggebracht. [verdachte] vraagt of het 12510 was , in het 2de gedeelte, 11250 van het 1ste gedeelte is verkocht . [medeverdachte 6] zegt dat van de 2 de opgeschreven moest zijn, zo kan hij niet herinneren, [verdachte] zegt dat er niet erop staat. [medeverdachte 6] zegt dat volgens hem 20 gr en nog wat was. [verdachte] vraagt naar het aantal binnen. 315, 309, zegt [medeverdachte 6] . 624, zegt [verdachte] , dus 20,04. [medeverdachte 6] wist dat het boven 20 was. [medeverdachte 6] schrijft niets op [verdachte] zegt dat ze vandaag 1x3 hebben gebracht. [medeverdachte 6] zegt dat ze 9600 hadden weggebracht, [verdachte] zegt dat het meer dan 20kg is. [medeverdachte 6] zegt dat als ze tot 80 (geld) afronden dan zal het goed zijn. [verdachte] heeft alles opgeschreven. [medeverdachte 6] zegt dat [verdachte] alles moet opschrijven bij binnenkomst, want hij verbrandt alles wat hij had opgeschreven. [verdachte] zegt dat 22kg normaal is. (…) [medeverdachte 6] zegt dat ze 26 van 30 hebben, het is geweldig. [verdachte] dacht dat ze van 2 gedeeltes 13 en nog wat hebben. Die klojo's zouden 3 geven, hij dacht niet dat ze met moeite 9 krijgen. [medeverdachte 6] zegt dat ze 25 van 30 hebben. [medeverdachte 5] is met [verdachte] .”

6 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : “ [verdachte] zegt dat de papieren allemaal van 50 en 100 zijn. [naam 17] vindt het goed. [verdachte] zegt dat het goed is voor het vervoeren.

Hij gaat naar huis om weer te tellen en ze bellen nog.”

18 april 2019: [medeverdachte 5] belt met [verdachte] : “ [verdachte] is in 04. [verdachte] zegt dat gisteren te laat was, die man heeft 13 gegeven, 20 moet hij nog geven . De chauffeur had geld

gestolen, daarom kon hij het niet geven. [naam 17] is in 30. [verdachte] gaat tegen [naam 8] zeggen dat ze 570 moet aanzetten . (…)”

30 april 2019: [medeverdachte 5] belt met [medeverdachte 6] : “[medeverdachte 6] zegt dat daar alles goed is, [medeverdachte 5] zegt dat de vent vandaag betaalde, hij moet nog iets betalen, hij heeft oog de goederen meegenomen. Behalve van vandaag moet hij nog 3000 voor 1, 6000 moet hij ongeveer betalen, 7000, hij heeft bijna 4kg meegenomen. Dus hij moet totaal 25000 betalen. (…)”
30 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : “ [verdachte] zegt: 12,7. 12,250. 13,350. 13,900. [medeverdachte 5] zegt Ja . [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 6] alles had genoteerd.”
30 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] :” [verdachte] vraagt of de eerste cijfers van [medeverdachte 5] 43 zijn 41 ,9 en dan meegenomen - zegt [medeverdachte 5] . [verdachte] zegt: hier staat: [medeverdachte 5] 500,

daarna 5000 Spanje. [medeverdachte 5] zegt dat hij het laatst had meegenomen. [verdachte] zegt: na 41000 was eerst 900, daarna 1000 op 08.03. Dus, bijna 43000 + 5500. 500 - tickets, 5000 - Spanje. Dus, [verdachte] doet 42900+5500. [medeverdachte 5] zegt Ja .”

18 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] : “(…) [medeverdachte 6] wil papieren hebben. [verdachte] zal morgen in 30 zijn en hij ziet [medeverdachte 6] ook. [verdachte] zegt dat die vent 16 heeft gegeven van 500 , [naam 7] had 1 500 gewisseld, hij kan de 2de 500 ook wisselen. [medeverdachte 6] zegt dat hij 500 nergens kan gebruiken , hij kan niet voor de benzine betalen.”
18 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 4] : “[verdachte] zegt dat het veel is geworden, dus als ze het voor 3,5 weggeven dan wordt het 3000 (geld). [naam 8] vindt het goed. Hij zegt dat ze hun kosten dan dekken, incl de stengels. (...)”
19 mei 2019: [medeverdachte 7] belt met [naam 9] : “ (…) [naam 7] zegt dat hij te veel panden heeft en nu klaagt hij, niemand dwong hem om dit te doen. [naam 9] zegt dat het zijn panden en zijn geld is. Maar hij geeft geen geld aan [naam 7] . [naam 9] is ook zat van hem, hij klaagt maar krijgt van de Turken €20000. Ze zijn aan het knippen in 3 panden, ze krijgen veel geld daarvoor. (…)”
24 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] / [medeverdachte 6] : “ [verdachte] zegt dat de vent 7000 betaalde, hij moet nog 1580+1800 voor 1 partij =8800, 405 (?) van de ene partij gebleven en 28 en nog wat van de nieuwe partij, [verdachte] heeft samen met albino voor 3,9 berekend. [medeverdachte 6] vraagt of 'hij' albino had gezien. [verdachte] zegt Ja. 'hij' zei dat het niet apart verzameld hoefde te worden, [verdachte] zal het mengen, anders nemen ze het niet mee.

Als albino voor 3,9 wordt meegenomen, hij moet nog 37 betalen, [medeverdachte 5] zegt dat ze niets anders hebben. [verdachte] zegt dat 'hij' vandaag tegen 4u wilde komen, anders morgen. 'Hij' zegt dat het slecht spul uit [plaats 2] nog niet verkocht is, 'hij' wacht op een juiste klant. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] moeten planten, als ze klaar zijn, [verdachte] zegt dat [naam 18] belde, [verdachte] gaat om 4u heen om een monster te zien.”

25 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] : “(…) [verdachte] zegt dat 'hij' 25400 betaalde van 37. 'hij' zal tot donderdag de rest betalen, [verdachte] zegt dat het spul voor 4,9 is verkocht. [verdachte] had met Arabieren gesproken (onduidelijk) 7 auto’s. [verdachte] wil 1000 voor 7. Ze moeten ook brandstof van de bestuurde betalen. [medeverdachte 6] wil concrete afspraken met de Arabieren.”
30 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : “ [verdachte] vraagt of [medeverdachte 5] gisteren 1200 had meegenomen of niet. [medeverdachte 5] heeft het meegenomen, [verdachte] doet de berekeningen .

[verdachte] dacht dat [medeverdachte 5] 94 en 1200 had achtergelaten, maar hij kon het niet vinden. [medeverdachte 5] zegt dat het 92 was . [verdachte] moet medicatie geven in 04.”

4 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] : “ [verdachte] vraagt hoe het gaat, [medeverdachte 6] zegt: 1994. [verdachte] heeft besloten om hem en [medeverdachte 5] alleen te laten. [verdachte] zegt dat hij daar alles in orde heeft gemaakt, het is 9800gr van 100st. [medeverdachte 6] zegt dat het niet slecht is. [verdachte] zegt dat het beter is dan 7,5 van 100st van gisteren. [medeverdachte 6] zegt dat het niet zo is, eergisteren was 10600.Morgen krijgen ze 7900 . [medeverdachte 6] zegt dat hij middelste apart moet rekenen. [medeverdachte 6] had 8,6 eerst berekend. [medeverdachte 6] zegt dat 1kg verschil is. [verdachte] zegt dat een verschil is tussen linker en rechter kant. [verdachte] hoopt 9kg te halen.”
8 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 4] (aangestraalde mast [adres 18] [plaats 1] -: “ [verdachte] en [medeverdachte 6] moeten de auto's doen, hij hoopt 20 te kunnen krijgen. [naam 8] zegt dat het gaat lukken, want ze zijn goed. Hij wacht op [medeverdachte 5] en ze gaan naar 63.
27 juni 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] : “(…) [verdachte] is nu met [naam 19] aan het praten, [naam 19] wilde dat [verdachte] de slechte voor minder geld geeft, maar [verdachte] zei dat het niet kan, ze zijn al gebonden, [naam 19] zei dat het geen probleem is. 250gr was slecht en ze gaan het voor 3,7 rekenen, de rest voor 3,9. [verdachte] zegt wie zou aan 'hem' de spullen

voor 35000 (geld) zou geven en gaan zitten. [medeverdachte 6] vraagt hoe het zit met 30000 .

[verdachte] zegt dat 'hij' morgen 10 geeft, dan wordt het 20, de rest zal 'hij' in Duitsland gaan halen .”

De rechtbank maakt uit deze tapgesprekken het volgende op.

[verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] beschikten over grote hoeveelheden (contant) geld, wat werd verkregen uit de hennepteelt in (in ieder geval) de hiervóór onder A besproken hennepkwekerijen, die in de periode in kwestie alle in bedrijf waren (de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] tot 3 juni 2019). Zij voerden onderling overleg over de vraagprijzen van de geteelde hennep en de behaalde of nog te behalen financiële opbrengst. Dat zij hierin alledrie een stem hadden, vindt bevestiging in het volgende tapgesprek:

8 juni 2019: “ [verdachte] belt met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 6] : “ [verdachte] zegt dat hij negatief nieuws heeft. [verdachte] zegt dat zij met zijn drieën zijn en zegt dat met alles wat zij doen, zij stemmen. [verdachte] zegt dat een vriend van hen komt het ophalen dus heeft het geen zin om nog een keer te komen. [verdachte] zegt dat het beter is dat N iemand anders gaat zoeken.” Bij gebreke van een andersluidende verklaring van [verdachte] over de aard van dit gesprek, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [verdachte] het in dit gesprek heeft over hennephandel en over het afstemmen van alle beslissingen die verband houden met deze handel met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] .

Zoals hierna uit de onder C te noemen bewijsmiddelen zal blijken, lag de financiële opbrengst van de hennepteelt, een bedrag van in totaal € 203.060,-, in het pand aan de [adres 13] . Deze opbrengst werd ‘kas’ genoemd, zo blijkt uit het eerdergenoemde tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] gevoerde gesprek van 12 april 2019. [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] hadden toegang tot die kas en hielden op lijsten bij wie daaruit welk bedrag haalde. Ook [medeverdachte 7] werd betaald uit die kas. De rol van [medeverdachte 4] bestond hierin dat zij de kas ‘beheerde’, een schriftelijke administratie voerde en betalingen deed uit de kas. Dit blijkt uit het voormelde gesprek van 18 april 2019 tussen [medeverdachte 5] en [verdachte] , maar ook uit de volgende tapgesprekken:

Op 9 maart 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] , waarin [verdachte] aangaf dat hij geld van [naam 16] zou krijgen en dan naar [plaats 2] zou gaan, en waarin [medeverdachte 5] aangaf dat hij 31000 had genoteerd en dit aan [naam 8] zou doorgeven.
Op 6 april 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [verdachte] aangeeft dat de papieren gebracht moesten worden waarop [naam 8] zei dat hij het moet

brengen, want de betalingen waaronder de belasting moesten verricht worden.

- Op 8 april 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [verdachte] aangeeft dat [naam 13] komt en dat [naam 8] een plastic zak in de la moest vinden en

1450 aan [naam 13] moet geven.

Op 9 april 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [verdachte] aangaf dat [naam 13] nu komt en dat [naam 8] 1450 moet geven aan hem.
Op 12 april 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [verdachte] aangaf dat hij in 60 is en daar een brief voor elektra lag van 27,92 euro. [naam 8] gaf

aan dat zij dit bedrag al betaald had.

Op 8 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [naam 8] vroeg aan [verdachte] hoeveel geld ze moest af komen geven straks, waarop [verdachte] antwoordde 2450 en zei dat ze goed moest tellen.
Op 10 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] . [naam 8] wilde weten waar de papieren van de kas waren, ze moest er 4 uit halen voor de betalingen aan [medeverdachte 5] en zei dat ze het had gevonden.
Op 28 mei 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [verdachte] aangaf naar huis te komen om geld op te halen en de spullen te gaan halen.
Op 7 juni 2019 vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] , waarin [verdachte] aangaf dat hij het zou laten weten wanneer hij naar huis kwam, hij moest het geld komen halen.

29 mei 2019: [medeverdachte 5] belt met [verdachte] : “ [verdachte] is in [plaats 2] , hij zegt dat de stekjes van gisteren herplant moeten worden, want die andere groeien niet, de stekjes waren niet goed. [verdachte] komt later naar hen toe, [medeverdachte 5] doen dingen met melk. [medeverdachte 5] vraagt of [verdachte] goed heeft genoteerd hoeveel geld hij had opgehaald, [verdachte] zegt Ja. [medeverdachte 5] zal het ook sturen. [verdachte] vindt een dubbele administratie goed. [naam 8] schrijft alles op . [verdachte] zegt dat 2000 is uitgeschreven, behalve alles. [medeverdachte 5] zegt dat [naam 20] gisteren het heeft opgehaald. [medeverdachte 5] gaat in de lijsten van [naam 8] bekijken. [verdachte] zegt dat ze het kunnen invullen en hij zal het later controleren.”
21 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 4] : “ [verdachte] zegt dat hij nu komt, ze moeten het meten. [naam 8] vraagt of hij het geld van de slaapkamer naar in zijn gebruikelijke plek weer heeft gestopt . [verdachte] zegt Ja. Ze gaan morgen ochtend meten voor haar vertrek, [verdachte] gaat die vent bellen.”

6 juli 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : “(…) [verdachte] zegt nog iets over 2000. [verdachte] moet nog uiteindelijke berekening doen, hij wacht ook op [naam 8] . (…)”

Uit het vervolg van laatstgenoemd tapgesprek maakt de rechtbank verder op dat geld (ook uit de kas) naar het buitenland werd meegenomen:

“[verdachte] vraagt of [medeverdachte 5] nog weet, hoeveel het was, 94? [medeverdachte 5] zegt dat 10 van 94 is door je ouders (familie) meegenomen, [medeverdachte 5] zegt dat [verdachte] 2000 had meegenomen, [naam 8] had ook

meegenomen, maar ze hadden afgesproken om niets op te schrijven tot... (…) Dus, 20 is meegenomen . [verdachte] zegt dat [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 6] moest betalen. [verdachte] (…) zegt dat [medeverdachte 5] 8 moet betalen. Hij maakt van 94-114, [medeverdachte 5] moest 18 en nog wat betalen, dus [medeverdachte 5] is 8 en nog wat schuldig. Zo gaat [verdachte] het opschrijven.”

De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het voormelde gesprek van 29 april 2019 tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] (130 naar Armenië). Dat geld naar het buitenland werd overgemaakt dan wel gebracht, en dat [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] daarin een rol hadden, blijkt bovendien uit de volgende tapgesprekken:

30 april 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] . [verdachte] zegt dat het gisteren niet gelukt is, het is geblokkeerd. [medeverdachte 6] zegt dat het internetbankieren met Armenië geregeld moet worden.
10 juni 2019: [medeverdachte 5] belt met [verdachte] en vraagt of de ouders van [verdachte] geld kunnen meenemen. [medeverdachte 5] kan geld krijgen van [naam 8] en naar Armenië sturen .
11 juni 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 6] : [medeverdachte 6] heeft de ouders afgezet en hij komt terug. De ouders hebben elk 10 (geld) bij zich, maar het is conform de wet .
21 juni 2019: [medeverdachte 5] belt met [verdachte] en vraagt wat hij bij zich moet noteren, hij heeft het nog niet gedaan. [verdachte] zegt dat volgens hem [naam 2] 10 aan [medeverdachte 1] had gegeven, [medeverdachte 5] zegt ja, er waren 94, 10 zijn meegenomen, dus 104. Dus van hun gezamenlijk geld 10 is meegenomen . [verdachte] zegt dat hij 8 moet geven ipv 18. [medeverdachte 5] had op zijn eigen naam 104 genoteerd, [naam 8] zal het ook meenemen , [medeverdachte 5] zegt dat ze moeten kijken wat ze gaan doen. [verdachte] zegt dat hij ook 20 kan meenemen . Er is ook ticket gekocht voor het kind, [medeverdachte 5] zegt dat hij [naam 21] toen 7-8 jaar oud was, hij had ook een ticket voor haar gekocht en meegegaan, het gaat niemand iets aan. [verdachte] zegt dat [naam 8] niet bang was, het belangrijkste is, dat het niet ontdekt wordt . [medeverdachte 5] zegt dat [verdachte] en [naam 8] zelf moeten beslissen.
13 juli 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : [medeverdachte 5] zegt dat hij 20 (geld) kan meenemen , [verdachte] vraagt of [medeverdachte 5] tickets heeft gevonden [medeverdachte 5] zegt dat hij vliegticktes heeft bekeken, er zijn goedkope terugvlucht tickets, maar heen is duur, hij al met TGV gaan en hij zal terug vliegen. Hij vraagt of [verdachte] vandaag het geld kan regelen als hij in de buurt is, [verdachte] vindt het geen probleem. [medeverdachte 5] zegt: als het lukt dan kan ik morgen vertrekken. Als [verdachte] hem in Lille kan afzetten. [verdachte] vindt het goed.

Tapgesprekken over het zoeken naar panden en bezichtigingen

21 maart 2019: [medeverdachte 7] belt met [verdachte] : “ [verdachte] zegt dat hij met 'hem' heeft gesproken, het kost 390 000. [naam 7] zegt dat ze andere panden gaat bekijken, [verdachte] zegt dat het niet op een industrieterrein moet staan, want ze worden meer gecontroleerd , de eerste pand als koeienstal was ook niet slecht. (…) Hij heeft de afspraak niet afgebeld, ze willen maandag gaan kijken als ze tijd hebben, 45km van [plaats 2] vandaan. [naam 7] controleert panden op internet, nummer 10 en 12 worden afzonderlijk verkocht. (…) [verdachte] zegt dat [pand] ook niet slecht is, hij staat apart, [naam 7] vindt het

een geschikt pand. [verdachte] kijkt nu panden op internet.”

26 maart 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “ [verdachte] vertelt dat hij het huis heeft gezien, hij vindt het niks, het staat 10j te koop, grond -9300m. Er is voldoende ruimte in het

huis maar zwakke elektriciteit, dus het is niet geschikt . Ze gaan verder kijken. (…)”

26 maart 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 5] : “(…) [verdachte] zegt dat ze morgen om 3u een afspraak hebben, die is bevestigd, 30km van de school, maar niet de richting [plaats 2] , maar richting [plaats 8] . Ze gaan een pand bekijken. Ze willen een pand kopen om geld te verdienen. Ze gaan het doen alsof ze met auto's werken . (…) [verdachte] en [medeverdachte 5] gaan morgen samen kijken. (…)”
27 maart 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “ [verdachte] is daar geweest, (…) [verdachte] zegt dat er geen woning is, misschien was het eerder bewoond, [verdachte] zegt dat het heel goed is. Hij zegt dat ze 11500 wegens elektriciteit kunnen doen , ze vraagt over de volume en hoe ze dat gaan combineren met nxl. Hij wil het niet via telefoon bespreken. Hij zegt dat het dak tot 2015 vervangen moet worden, omdat het asbest is, er is 40000 nodig. [verdachte] zegt dat een ander bedrijf is daar verkocht. [medeverdachte 6] zou het geweldig vinden. [medeverdachte 6] zou meteen de sleutel willen hebben, de eigenaar wil een beetje zakken in prijs, maar niet veel , [naam 7] vraagt of ze onder asbest kunnen werken , hij vindt het geen probleem. Ze moeten nog nadenken en bespreken. (…)”
27 maart 2019: [medeverdachte 6] belt met [verdachte] : “ [verdachte] zegt dat hij sprakeloos is , 63 amper, 6 st. Hij zegt dat 11000 er in kan. [medeverdachte 6] zegt 3600 genoeg is voor hun allemaal,

maar deze is 11000 . Het is geen woning, alleen een bedrijfspand. [medeverdachte 6] denkt dat daar veel controle zal zijn . De Turken zeiden dat vaak gecontroleerd wordt. [medeverdachte 6] zegt dat ze aan de voorkant iets kunnen maken om het te laten zien , maar achterin kunnen ze los gaan . [verdachte] zegt dat het geen horeca is, dus waarom zou het gecontroleerd worden. [medeverdachte 6] vraagt of ze over de prijs hebben gesproken, [verdachte] zegt: nog niet. (…)”

8 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “(…) [naam 7] zegt dat het pand in [plaats 9] duur is ivm [plaats 10] . (…) [naam 7] vraagt wat voor verhaal ze voor de makelaar hadden

verzonnen. [verdachte] zegt dat ze altijd zeggen dat een buitenlandse investeerder is . [naam 7] zegt dat Oldenzaal in de buurt is, daar zitten veel buitenlandse makelaars en ze kunnen zeggen dat ze fruit dozen gaan maken voor Litouwen en Oekraïne .”

8 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “ [verdachte] ging het pand bekijken, maar daar wonen oude mensen, hij moest de makelaar bellen, hij heeft zijn mail achtergelaten. [naam 7] zegt dat ze de capaciteit kunnen opvragen dat bij het huis past , ze moeten het nummer van meter, postcode en huisnr hebben en een aanvraag indienen. [verdachte] heeft geen foto gemaakt van de meter. Hij zegt dat hij het niet heeft gedaan omdat het 40 is en het is weinig. De meter is net als in 59. [verdachte] vindt het heel jammer. Hij zegt dat daar geen 200-300 amper kan zijn, terwijl het 40 aangegeven is, het kan max 50 zijn. Als hij vraagt wat voor kabel daar is, dan begrijpen ze het meteen. [naam 7] leest een tekst in het NL, dat hoofdschakelaar sterk genoeg is. [verdachte] heeft min 300 amper nodig, hij moet dan 3 ton investeren. Ze leest weer een tekst in het NL over hoofd zekering. [verdachte] zegt dat de plek hemels is. [naam 7] zegt dat de aansluiting oud is. [naam 7] zegt dat 3x80 amper max is. (…) [naam 7] is aan het rekenen hoeveel amper ze moeten hebben , [verdachte] zegt dat 3x25 amper ook weinig is , het is max voor 900. [naam 7] zegt dat het daarom zolang niet verkocht is, want zijn collega's hebben het ook gezien, [verdachte] zegt dat weinig mensen volgens hun schema werken.”
8 mei 2019: [verdachte] belt met [medeverdachte 7] : “(…) [medeverdachte 6] vindt het ook niet nodig om met [naam 22] te bellen en het omhoog te krijgen, hij wil liever een kip uit Litouwen vinden, net als hun BMW, een levende kip, dan kan alles op hem gedaan worden, dus, de eigenaar heeft geen schuld. Maar [verdachte] twijfelt over de amper, hij zegt hoe kan een bedrijf maar 40 amper hebben. [verdachte] zegt dat hij een tweede bezichtiging kan plannen, een foto maken van de meter en met [naam 22] bellen met een verhaal dat ze een bakkerij willen beginnen. Ze vindt het uitleg niet nodig. Want als iemand het huis renoveert dan kunnen verschillende apparaten aangesloten worden en hiervoor is meer vermogen nodig. Hij zal vertellen dat hij een bakkerij daar wil. Of gaat hij een biologische pasta maken. Ze zegt dat hij een verhaal moet hebben dat niemand begrijpt en hij moet de leidingen controleren . Hij kan zeggen dat het huis oud is en hij heeft alle gegevens van leveranciers nodig. Zij adviseert hem wat hij moet zeggen om gegevens te krijgen. Hij moet zeggen dat hij het huis gaat renoveren. Hij wil min 3x80, net als in nxl. [naam 7] zegt dat het maximaal is . [verdachte] zegt dat alles van hangaar naar huis gaat. [verdachte] zegt dat de registratie daar slechts met bedrijf mogelijk is. Omdat het industrieterrein is en er is gevraagd om geen woonvergunningen af te geven, om klachten van de bewoners te voorkomen. [naam 7] vraagt waarom het niet verkocht is, [verdachte] zegt dat het 275000 kost, maar werkelijk het is niet meer dan 170000 waard is, [verdachte] zegt dat het absoluut geschikt is voor hen. [naam 7] vraagt de postcode, [verdachte] had het opgeschreven. [postcode 2] . (…) [naam 7] controleert de leveranciers van dit postadres, [naam 22] .”

De rechtbank maakt uit de voormelde tapgesprekken op dat [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] actief zochten naar voor hennepkweek geschikte panden. De panden moesten liggen op locaties waar geen of weinig controle te verwachten is, moesten groot genoeg zijn om voldoende opbrengst te creëren, en moesten de benodigde stroom kunnen leveren. [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] hebben ook daadwerkelijk panden bezichtigd, waaronder op 8 mei 2019 een pand aan het [adres 19] in [plaats 9] . Tegenover de energieleverancier dan wel de makelaar moesten “onbegrijpelijke”, onware verhalen worden verteld, om zo te voorkomen dat het beoogde gebruik van de panden in kwestie (ten behoeve van hennepkweek) en de feitelijke financiers verborgen bleef. Wat dat laatste betreft moest onder andere verteld worden dat de panden zouden worden aangekocht door buitenlandse investeerders, terwijl [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] in werkelijkheid zelf investeerden in onroerend goed (waarover meer hierna onder C) of wilden investeren. Tekenend in dit verband is het voornoemde gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] van 27 maart 2019 (p. 18) ([medeverdachte 5] kan voor 100 een huis kopen en 100 kunnen ze gebruiken).

Opvallend tapgesprek en valse documenten

28 juni 2019: [medeverdachte 7] belt met [verdachte] : “(…) Hij zegt dat ze op 1 juli advocaat moeten bellen, een afspraak maken en gaan praten. Ze vraagt wat ze moet meenemen, hij zegt: de kopie van het contract . [naam 7] vraagt of een advocaat begrijpt dat het onzin papier is , [verdachte] zegt dat een advocaat het kan begrijpen, maar het maakt hen niets uit, ze willen hun geld hebben. [naam 7] zegt dat ze maandag dit gaan plannen. [naam 7] moet hem voor 500 overtuigen. [verdachte] zegt dat hijzelf daar niet zal zijn, [naam 2] is ook niet geweest, hij wist het helemaal niet. [naam 2] moest 700 betalen. [verdachte] zegt dat de advocaat (een man) zal uitzoeken wie daar gezocht wordt, de advocaat zal een machtiging afgeven, [naam 23] moet het ondertekenen, [naam 7] zegt dat ze geen documenten van het huis heeft, [verdachte] zegt dat het niet nodig is, volgens hem. Hij vraagt of ze de kopie van het paspoort van [naam 24] heeft. Ze zegt Ja, [verdachte] zegt: Dan is het klaar. [naam 7] vraagt of hij naar de Oostenrijker zal bellen. [verdachte] kan bellen en zeggen dat ze de kopie van zijn paspoort hebben en ze kunnen een contract op zijn naam sluiten. [naam 7] zegt dat die man een asielzoeker is, hij kan zijn vergunning kwijtraken. [verdachte] zegt dat ze zijn paspoort in [plaats 2] kunnen gebruiken en het zal niet leuk voor hem zijn. Die man kan een brief in het Nederlands krijgen dat op zijn naam een plantage staat, hij zou ontzettend overstuur raken .”

Uit dit tapgesprek maakt de rechtbank op dat [medeverdachte 7] en [verdachte] na het aantreffen van de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] met elkaar spreken over de mogelijkheid een vals huurcontract op te maken om zo de schijn te wekken dat de hennepkwekerij niet van hen maar van een ander was (katvanger). Dit is opvallend, omdat het een handelwijze is die overeenkomt met onderzoeksbevindingen met betrekking tot de voorgaande jaren. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 9] in [plaats 5] , zijnde de woning van [medeverdachte 7] , zijn diverse identiteitsdocumenten aangetroffen, te weten:

een a4 formaat papier met daarop een kopie van een Litouws paspoort op naam van [naam 25] geboren te [plaats 11] op [geboortedag 2] 1976 met documentnummer [documentnummer 1] . Na onderzoek door de Koninklijke Marechaussee bleek dit een kopie te zijn van een vals of vervalst paspoort;
een a4 formaat papier met daarop een kopie van een Litouws paspoort op naam van [naam 26] geboren te [plaats 11] op [geboortedag 3] 1974 met documentnummer [documentnummer 2] . Na onderzoek bleek dit een kopie te zijn van een vanwege diefstal, verduistering of vermissing gesignaleerd document.
een a4 formaat papier met daarop een kopie van een Litouws paspoort op naam van [naam 26] geboren te [plaats 11] op [geboortedag 3] 1974. Na onderzoek bleek dit een kopie te zijn van een vals of vervalst paspoort.

De bovengenoemde documenten bleken te zijn voorzien van steeds dezelfde pasfoto.

Verder werd nog een kopie van een Litouws paspoort gevonden op naam van [naam 27] geboren op [geboortedag 4] 1977 te [plaats 11] . Na onderzoek door de Koninklijke Marechaussee bleek ook dit een vals/vervalst document te zijn.

Ten aanzien van drie van hierna onder C nog te bespreken panden is het volgende gebleken.

In december 2016 werd in het pand aan het [adres 10] te [plaats 6] een (niet in werking zijnde) hennepkwekerij aangetroffen. Op 14 februari 2017 kwam [medeverdachte 2] , op wiens naam dit pand was aangekocht, aan de balie van het politiebureau. Ze heeft een (overigens in het pand aan de [adres 6] in [plaats 3] aangetroffen) huurovereenkomst overgelegd, met daarbij een kopie van een Litouws paspoort van [naam 25] , geboortedatum [geboortedag 2] 1976. Het paspoort heeft nummer [documentnummer 1] .

In augustus 2015, na het aantreffen van een hennepkwekerij in het pand aan de [adres 5] in [plaats 3] (dat is aangekocht op naam van [naam 2] ), is [medeverdachte 6] aan het bureau gekomen en heeft hij een huurcontract overhandigd op naam van [naam 28] , geboren op [geboortedag 3] 1974, geboren te [plaats 11] in Letland paspoortnummer [documentnummer 2] .

Op 8 februari 2017 is een hennepkwekerij aangetroffen in het pand aan de [adres 13] in [plaats 3] (dat is aangekocht op naam van [medeverdachte 4] ). [medeverdachte 4] heeft hierna een huurcontract en een kopie van een paspoort overgelegd op naam van [naam 27] .

Bij gebreke van een plausibele verklaring van [medeverdachte 7] voor het onder zich hebben van de identiteitsdocumenten, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 7] in de jaren vóór 2019 betrokken was bij het optuigen van schijnconstructies na het aantreffen van hennepkwekerijen. Dat zij er niet voor terug schrikt een rol te vervullen in dit soort (bedrieglijke) praktijken blijkt ook uit het feit dat zij in 2019, na een lekkage in de hennepkwekerij aan de [adres 4] , een bezoek heeft gebracht aan de onderbuurvrouw van dit pand en zich heeft voorgedaan als ‘schade-expert’. Dit alles om te voorkomen dat de hennepkwekerij ontdekt zou worden.

Tussenconclusie

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van wat hiervóór onder A is overwogen ten aanzien van de drie hennepkwekerijen en de diefstal van stroom, en gezien de inhoud van de aangehaalde tapgesprekken, de conclusie worden getrokken dat in de maanden voorafgaande aan 23 juli 2019 sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband bestaande uit [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] , waarin ieder van hen zijn/haar specifieke rol vervulde en waarin intensieve onderlinge afstemming plaatsvond, vooral tussen [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , maar ook tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] en [verdachte] en [medeverdachte 4] . Het oogmerk was het plegen van misdrijven, te weten het medeplegen van hennepteelt op (ten minste) drie locaties, het medeplegen van diefstal van stroom door middel van verbreking en het witwassen van de hiermee gecreëerde voortdurende contante geldstroom door de aankoop van nieuwe panden. Weliswaar is niet gebleken dat in 2019 panden zijn aangekocht met crimineel geld, maar uit de tapgesprekken komt een beeld naar voren van de samenwerking en handelwijze van [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] dat goeddeels overeenkomt met het beeld dat daarvan naar voren komt uit het ten aanzien van de voorgaande jaren gedane onderzoek. In die jaren zijn wel daadwerkelijk panden aangekocht en in zes van die panden is na aankoop een hennepkwekerij aangetroffen. Ook is ten aanzien van die panden steeds sprake van betrokkenheid van een aantal van hen. Zoals uit de hierna onder C weer te geven bewijsmiddelen blijkt, en zoals ook niet ter discussie staat, gaat het om de volgende panden:

[adres 6] , op 11 maart 2013, op naam van [medeverdachte 1] ;
[adres 5] , op 18 maart 2013, op naam van [naam 2] , hennepkwekerij aangetroffen op 6 mei 2015;
[adres 4] , op 11 december 2014, op naam van [naam 3] , hennepkwekerij aangetroffen op 23 juli 2019;
[adres 13] , op 30 juli 2015, op naam van [medeverdachte 4] , hennepkwekerij aangetroffen op 5 februari 2017;
[adres 10] [plaats 6] , op 8 maart 2016, op naam van [medeverdachte 2] , hennepkwekerij aangetroffen op 14 december 2016;
[adres 8] [plaats 4] , op 10 februari 2017, op naam van [naam 2] , hennepkwekerij aangetroffen op 25 juli 2017;
[adres 2] , op 1 juni 2018, op naam van [medeverdachte 3] , hennepkwekerij aangetroffen op 23 juli 2019.

De rechtbank zal hierna eerst ingaan op feit 3 (het medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien van de voornoemde panden, de panden aan de [adres 3] en [adres 9] en de in het pand aan de [straatnaam] aangetroffen contante geldbedragen), en daarna verdere conclusies trekken aangaande de criminele organisatie.

C. Het medeplegen van gewoontewitwassen (feit 3)

Juridisch kader

Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat het ten laste gelegde voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het Openbaar Ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden. Indien de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Indien de verdachte zo’n verklaring geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs.

Binnen dit kader dient de rechtbank te beoordelen of [verdachte] zich samen met anderen, al dan niet als deelnemer van de criminele organisatie, schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde panden en geldbedragen en of hij, wederom al dan niet als deelnemer van de criminele organisatie, van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank zal de verschillende panden geclusterd bespreken.

Ten eerste de panden die zijn aangekocht door de familie [familie 1] .
Dan de panden die zijn aangekocht door de familie [familie 2] .
Tot slot de panden die zijn aangekocht door [naam 5] , de moeder van [medeverdachte 7] .

Daarbij zal per cluster eerst worden ingegaan op de vraag of er sprake is van een criminele herkomst van de geldbedragen waarmee de panden zijn aangekocht en daarna op de handelingen die de verschillende verdachten met betrekking tot dat witwassen hebben verricht en de wetenschap van de verdachten. Daarna zal de rechtbank ingegaan op de geldbedragen die zijn aangetroffen in het pand gelegen aan de [adres 13] .

C-1: Cluster panden familie [familie 1]

De rechtbank zal, om te beoordelen of de betalingen die zijn gedaan ten behoeve van de aankoop van de panden een criminele herkomst hebben, eerst ingaan op de herkomst van de gelden waarmee de panden zijn aangekocht door (voornamelijk) de familie [familie 1] . Het gaat dan om de [adres 5] , [adres 4] en [adres 8] . Daarna zal de rechtbank beoordelen of de feiten en omstandigheden ten aanzien van de betalingen van deze panden en de herkomst van de gelden een gerechtvaardigd vermoeden opleveren dat deze gelden van enig misdrijf afkomstig zijn. Daarna zal de rechtbank ingaan op de verklaringen die de verschillende verdachten over de herkomst van de gelden hebben afgelegd en beoordelen of deze concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Vervolgens zal de rechtbank ingaan op de witwashandelingen en de wetenschap van de verschillende verdachten, waarna de rechtbank tot een eindconclusie zal komen ten aanzien van dit cluster panden.

Criminele herkomst

Aankoopbetalingen ten aanzien van de panden

De rechtbank neemt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, als vaststaand aan.

[adres 5] in [plaats 3]

Het pand gelegen aan de [adres 5] is op 18 maart 2013 geleverd aan [naam 2] . Hij was bij de levering van het pand bij de notaris aanwezig. De koopprijs bedroeg € 46.000,- (exclusief kosten koper). Volgens de nota van afrekening diende in totaal een bedrag van € 48.234,28 betaald te worden. Dit bedrag is als volgt voldaan.

Op 8 en 14 maart 2013 zijn bedragen voldaan van respectievelijk € 4.600,- en € 6.000,- via een Franse bankrekening met nummer [nummer 1] ten name van [naam 2] .
Op 14 maart 2013 is een bedrag van € 7.634,28 voldaan via een Franse bankrekening met nummer [nummer 2] ten name van [naam 2] .
Op 14 maart 2013 is een bedrag van € 10.000,- voldaan via een Franse bankrekening met nummer [nummer 3] te name van [medeverdachte 6] [familie 1] .
Op 14 maart 2013 is een bedrag van € 10.000,- voldaan via een Franse bankrekening met nummer [nummer 4] ten name van [naam 29] .

- Het restantbedrag van € 10.000 is op 18 maart 2013 contant voldaan bij de notaris.

Aan de betalingen die afkomstig waren van de Franse bankrekeningen gingen telkens contante stortingen vooraf. Dat betekent dat de geldbedragen waarmee [naam 2] het pand aan de [adres 5] te [plaats 3] heeft aangekocht direct dan wel indirect afkomstig zijn uit contante stortingen.

[adres 4] [plaats 3]

Het pand aan de [adres 4] is op 11 december 2014 geleverd aan [naam 3] . Inclusief kosten is voor het pand een bedrag van € 60.549,72 betaald. Dit bedrag is als volgt aan de notaris voldaan.

Op 4 november 2014 is een bedrag € 5.800,- voldaan via een Armeense bankrekening met nummer [nummer 5] met omschrijving [medeverdachte 1] .
Op 13 november 2014 is een bedrag van € 18.000,- voldaan via een Armeense bankrekening met nummer [nummer 6] met omschrijving [medeverdachte 2] .
Op 13 november 2014 is een bedrag van € 18.000,- voldaan via een Armeense bankrekening met nummer [nummer 7] met omschrijving [naam 3] .
Op 9 december 2014 is een bedrag van € 8.744,13 contant voldaan, welke betaling door de notaris in het kasblad is geregistreerd onder de naam van [naam 3] .
Op [geboortedag 3] 2014 is een bedrag van € 10.000,- voldaan via de Franse bankrekening [nummer 4] ten name van [naam 29] . Voorafgaand aan de overboeking, op 25 november 2014, werd in drie stortingen, in totaal € 10.000,- contant gestort op diens rekening.

Naar de rechtbank begrijpt zijn de Armeense bankrekeningen zogenaamde paspoortrekeningen, die zijn gekoppeld aan het paspoortnummer van degene die de transactie doet. Daarbij geldt:

- het paspoort met nummer [nummer 5] staat op naam van [medeverdachte 1] [familie 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] );

- het paspoort met nummer [nummer 7] staat op naam van [naam 3].

Nu de rekening met nummer [nummer 6] een gelijksoortig nummer betreft en bij de overboeking de naam van [medeverdachte 2] staat vermeld, gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 2] een paspoort had/heeft met nummer [nummer 6] .

[adres 8] [plaats 4]

Het pand gelegen aan de [adres 8] is op 10 februari 2017 gekocht door [naam 2] . Het aankoopbedrag van € 113.482,72 (inclusief kosten) is als volgt aan de notaris voldaan.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen