Rb. Gelderland 25 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3401
Beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden (de Regeling) ongegrond. De rechtbank komt tot het oordeel dat de Regeling zich (in de situatie van eiser) terecht beperkt tot de periode van 1 mei 2010 tot en met 31 december 2015. Ook komt de rechtbank tot het oordeel dat eiser over 2012 geen recht heeft op een tegemoetkoming, omdat hij over 2012 niet voldoet aan de voorwaarden (artikel 2, aanhef en onder a, van de Regeling) dat op 30 juni 2022 onherroepelijk vaststaat dat hij in dat jaar Nederlandse premie volksverzekeringen verschuldigd is. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) moet verweerder € 100 aan schadevergoeding betalen aan eiser en de Staat der Nederlanden € 900. Eiser heeft voor het indienen van zijn verzoek om schadevergoeding recht op een proceskostenvergoeding. De rechtbank ziet aanleiding om in het vervolg daarbij de wegingsfactor zeer licht (0,25) uit (bijlage C1 van) het Besluit proceskosten bestuursrecht te hanteren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Midden-Nederland 20 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6318
- Rb. Oost-Brabant 13 september 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4255
- Rb. Zeeland-West-Brabant 6 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6348
- Rb. Amsterdam 18 juli 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:4302
- CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190
- Rb. Den Haag 11 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3629
- HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7556
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS A-G Widdershoven 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252