Rb. Gelderland 28 maart 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2401

Belanghebbende heeft in de aangifte IB/PVV 2017 een verlies uit aanmerkelijk belang aangegeven. De inspecteur heeft dit verlies niet geaccepteerd. De inspecteur heeft het verlies uit aanmerkelijk belang vastgesteld op nihil. Partijen houdt verdeeld of belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6, letter a, dan wel letter b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende geen aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6, letter a, dan wel letter b, van de Wet IB 2001. De inspecteur heeft het verlies uit aanmerkelijk belang terecht op nihil vastgesteld. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende heeft wel recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken