Rb. Gelderland 9 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10612
Het college heeft ten onrechte een extra verlaging ten bedrage van € 479.141,03 op het subsidiebedrag in mindering gebracht, omdat de grondslag daarvoor ontbreekt. Het in artikel 63, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 onder b) omschreven bedrag ziet op het bedrag dat na onderzoek daadwerkelijk moet worden betaald. Het gebruik van de woorden “na onderzoek” en “moet worden betaald” wijst er op dat het gaat om het bedrag waarop de subsidie definitief moet worden vastgesteld en dat uiteindelijk in de vaststellingsbeschikking wordt opgenomen en niet, zoals het college meent, op het bij wijze van voorschot/deelbetaling aan eiseres te betalen bedrag.
De uitspraak op rechtspraak.nl