Rb. Gelderland 5 juni 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3419
Intrekking van de eerder verleende goedkeuring door de Kamer voor de Binnenvisserij van de tussen Staatsbosbeheer en de visvereniging gesloten huurovereenkomst schubvisrecht. Er doet zich geen weigeringsgrond voor als bedoeld in artikel 29 Visserijwet. Toch is de goedkeuring terecht ingetrokken, omdat de uit de reactie van Staatsbosbeheer blijkt, dat deze als één van de contractspartijen de overeenkomst niet in de huidige vorm heeft willen sluiten. In de gegeven omstandigheden (een evidente en erkende fout van een onervaren medewerker) is de rechtbank van oordeel dat de Kamer de goedkeuring daarom heeft mogen intrekken. Dat zich geen van de voor het onthouden van goedkeuring in de wet genoemde weigeringsgronden voordoet, doet daar niet aan af. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl