Rb. Gelderland 20 december 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:7045

Pensioenrecht. Op het weduwenpensioen van eiseres wordt een kortingspercentage toegepast omdat eiseres meer dan tien jaar jonger was dan haar echtgenoot. De kortingsregeling levert in beginsel indirecte discriminatie wegens geslacht op als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub c Wet Gelijke Behandeling. De vraag is of eiseres rechten kan ontlenen aan de wettelijke gelijke behandelingsvoorschriften ter zake beloning omdat de opbouw van het weduwenpensioen heeft plaatsgevonden vóór 17 mei 1990. De kantonrechter komt tot de conclusie dat dit niet het geval is. Immers, het Hof van Justitie heeft in het Barber-arrest geoordeeld dat op artikel 119 van het EG-Verdrag ter zake gelijke beloning geen beroep kan worden gedaan om aanspraak te maken op een pensioenuitkering die plaatsvindt op basis van opbouw van dat pensioen van door de datum waarop dit arrest is gewezen (17 mei 1990). In het Ten-Oever-arrest heeft het Hof van Justitie dit bevestigd. Onder meer deze arresten hebben geleid tot Richtlijn 96/97/EG en tot nader bepaald overgangsrecht met betrekking tot de Wet Gelijke behandeling. Hieruit volgt dat de Europese regelgeving ter zake gelijke beloning niet van toepassing is op pensioenuitkeringen die zijn opgebouwd in verband met arbeid die is verricht vóór 17 mei 1990, omdat die pensioenen niet als beloning in de zin van de Europese regelgeving ter zake gelijke behandeling wordt beschouwd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken