Rb. Gelderland 27 november 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:6426
Verdachte heeft zich opzettelijk onttrokken aan een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid en veiligheid en hiermee heeft hij zich schuldig gemaakt aan een wachtdelict. Hij is door zijn handelen niet voortdurend paraat en waakzaam geweest, waarbij hij niet bereikbaar was voor ondergeschikten. Hierdoor heeft hij zijn verplichtingen als wachtcommandant niet vervuld. De militaire kamer ziet reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Verdachte plaatst alle blaam buiten zichzelf en geeft geen enkele blijk van het afleggen van enige rekenschap ten aanzien van hetgeen hem verweten wordt. Dit rekent de militaire kamer verdachte ernstig aan. Bovendien acht de militaire kamer deze houding van verdachte zeer zorgelijk gelet op toekomstige leidinggevende functies die verdachte nog kan gaan bekleden. De houding van verdachte leidt tot een gebrek aan vertrouwen bij de militaire kamer dat verdachte niet wederom in de fout zal gaan – te meer wanneer het een functie betreft waar verdachte minder affiniteit mee heeft – en noopt tot het opleggen van een straf met zowel een onvoorwaardelijk als een voorwaardelijk deel, met een aanzienlijke proeftijd
De uitspraak op rechtspraak.nl