Rb. Gelderland 23 november 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:6348
De rechtbank heeft in de onderhavige zaken opposante gehoord alvorens uitspraak op het verzet te doen. De rechtbank zal dat in de toekomst in vergelijkbare gevallen van opposante niet langer doen. De rechtbank is namelijk van oordeel dat een recht om in verzet te worden gehoord geen absoluut recht is. Het is evident dat opposante rechtsmiddelen aanwendt tegen beslissingen die niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. Opposante is hiervan op de hoogte. Het instellen van verzet is daarom evident kansloos. Een verzoek om te worden gehoord op een dergelijk verzet tegen een onbevoegdverklaring bij een beroep tegen een mededeling verrekening kan opposante dan ook op geen enkele wijze in een betere positie brengen. Het volharden in dergelijke verzoeken kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gekwalificeerd dan misbruik van recht. Dat opposante ook nevenvorderingen heeft ingediend zoals een verzoek om immateriële schadevergoeding maakt dat niet anders. Immers als er geen rechtsingang bestaat, kan er ook geen spanning en frustratie zijn over een eventueel lange duur daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl