Rb. Gelderland 27 september 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5355

De rechtsvoorganger van verpachter is met pachter een geliberaliseerde pachtovereenkomst overeengekomen ingaande 1 maart 2017 en eindigend 31 december 2019. De pachtovereenkomst is op 10 april 2017 ingestuurd en goedgekeurd door de grondkamer. Na afloop van de overeengekomen duur is pachter het gepachte blijven gebruiken. Pachter stelt dat er vervolgens een reguliere pachtovereenkomst is ontstaan en dat hij daar uitvoering aan gegeven heeft door het betalen van pacht. De pachtkamer volgt de pachter hier niet in. Het ontstaan van een reguliere pachtovereenkomst volgt niet uit artikel 19 van de pachtovereenkomst. Daarnaast heeft pachter ingestemd met het verrekenen van de de door hem gedane betalingen met hetgeen hij aan verpachter verschuldigd was uit hoofde van een andere titel. Van betaling van pacht is daarom geen sprake. De ontruimingsvordering wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen