Rb. Gelderland 3 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4454
Afwijzing aanvraag (verlenging) studiefinanciering per april 2022. Vast staat dat eiseres in de periode van januari 2022 tot en met maart 2022 werd aangemerkt als werknemer. Omdat eiseres aan de hand van stukken voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij als gevolg van een ongeval (tijdelijk) arbeidsongeschikt was vanaf begin januari 2022, heeft eiseres op grond van artikel 7, derde lid, onder a, van de Richtlijn in april 2022 en mei 2022 de status van werknemer behouden, ondanks dat zij geen (relevante) arbeid heeft verricht. Niet onderbouwd, en ook niet gebleken is, dat aanspraak op loondoorbetaling of recht op ziekengeld een voorwaarde is voor een (geslaagd) beroep op dit artikel 7, derde lid, onder a van de Richtlijn. Het behouden van de status van werknemer in de maanden april 2022 en mei 2022 betekent ook dat eiseres een doorlopend recht op studiefinanciering heeft van januari 2022 tot en met mei 2022. Daardoor behoudt eiseres op grond van artikel 2.3, vierde lid, van de Wet op de studiefinanciering 2000 ondanks het bereiken van de leeftijd van 30 jaar haar aanspraak op studiefinanciering over -in deze zaak- juni 2022 tot en met december 2022. De afwijzing van de aanvraag berust op onjuiste grondslagen. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. Aangezien niet is gesteld of gebleken dat eiseres over april 2022 tot en met december 2022 (anderszins) geen recht heeft op studiefinanciering, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl