Rb. Gelderland 31 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4397

Dagloongarantie artikel 13a van de Wet WIA. Eiseres ontvangt WIA-uitkering vanaf 2010 (volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt). Deze uitkering is gebaseerd op verrichte werkzaamheden gedurende 9 uur per week. In 2017 is eiseres gaan werken gedurende 15 uur per week. De inkomsten heeft het UWV op de uitkering in mindering gebracht. In maart 2020 is eiseres voor deze werkzaamheden uitgevallen en het UWV heeft haar 104 weken ziekengeld verstrekt. In januari 2022 heeft eiseres bij het UWV een wijziging in haar gezondheidstoestand gemeld, waarna het UWV haar per 23 februari 2022 een IVA-uitkering heeft toegekend. Het UWV heeft een verzoek om verhoging van het WIA-dagloon afgewezen omdat er geen sprake is van een ophoging van de mate van arbeidsongeschiktheid en omdat het ontvangen of toekennen van een IVA-uitkering niet onder de garantieregeling van artikel 13a van de WIA valt. Dat er sprake moet zijn van een ophoging van de mate van arbeidsongeschiktheid heeft het UWV niet nader gemotiveerd. De rechtbank overweegt dat met artikel 13a van de Wet WIA de wetgever heeft bedoeld een regeling te maken om mensen met een WIA-uitkering te stimuleren om zoveel mogelijk aan het werk te gaan. Eiseres heeft dit gedaan. De rechtbank heeft noch in de wettekst noch in de Memorie van Toelichting (MvT) aanknopingspunten gevonden dat het ontvangen van een IVA-uitkering buiten de werkingssfeer van artikel 13a van de Wet WIA ligt. Dit artikel is algemeen geformuleerd (een uitkering op grond van deze wet) en uit de Mvt blijkt expliciet dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om een IVA-uitkering onder de reikwijdte van artikel 13a van de WIA te brengen. Omdat ook elders in de Wet WIA het recht op een IVA-uitkering niet expliciet wordt uitgesloten van de werkingssfeer van artikel 13a van de Wet WIA is het beroep gegrond, het UWV zal opnieuw op het bezwaar van eiseres moeten beslissen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen