Rb. Gelderland 1 mei 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:2482
BPM. Teruggaaf bij export. Art. 14a Wet BPM, 4a Uitvoeringsbesluit BPM, 8:42 Awb. Eiser heeft aangevoerd dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Rechtbank ontdekt buiten het dossier om zelf een relevant stuk (standpunt van de Kennisgroep BPM), dat de inspecteur niet had ingebracht, en deelt dit ter zitting met partijen. Eiser heeft tijdig verzocht om teruggaaf, maar de inschrijving in het Poolse kentekenregister heeft meer dan 13 weken na uitschrijving in Nederland plaatsgevonden. De inspecteur weigert teruggaaf. Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU volgt dat artikel 110 VWEU van toepassing kan zijn. In het feit dat uit het standpunt van de Kennisgroep BPM volgt dat onder omstandigheden bij een te laat verzoek de termijn van 13 weken niet wordt tegengeworpen, ziet de rechtbank aanleiding de wet conform dat uitgangspunt uit te leggen. De te late inschrijving in Polen is niet te wijten aan eiser. Daarom bestaat recht op teruggaaf. Beroep gegrond. De procedure heeft mede door de proceshouding van de inspecteur in beroep onnodig lang geduurd. Rechtbank rekent deel overschrijding redelijke termijn in beroepsfase toe aan inspecteur. Geen invloed no cure, no pay op hoogte vergoeding. Beroepsfase was niet nodig geweest als inspecteur in bezwaar eiser had gevraagd naar de oorzaak van de te late inschrijving. Daarom wegingsfactor 3 voor pkv.
De uitspraak op rechtspraak.nl