Rb. Gelderland 16 november 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7532

Partijen hebben de Nederlandse en de Iraanse nationaliteit. Op grond van artikel 5 van de Verordening (EU) van de Raad van de Europese Unie van 24 juni 2016 is de Nederlandse rechter bevoegd van de huwelijksvermogensrechtelijke verzoeken kennis te nemen. Het toepasselijke recht wordt ingevolge artikel 10:52 van het Burgerlijk Wetboek bepaald aan de hand van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. De huwelijkse voorwaarden zijn in Iran ten overstaan van een Iraanse ambtenaar opgemaakt. Met de huwelijkse voorwaarden hebben partijen duidelijk een ondubbelzinnige keuze gemaakt voor Iraans recht en op basis van dit uitgangspunt is toepassing van het wagonstelsel uitgesloten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken