Rb. Gelderland 19 december 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7102
De rechtbank veroordeeld verdachte wegens een diefstal van een jas, twee diefstallen vanaf een bouwplaats, gepleegd door middel van braak, vernieling en het zich opzettelijk zodanig in het verkeer gedragen dat verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was (artikel 5a WVW). De rechtbank spreekt verdachte vrij van het rijden met een geschorst rijbewijs, omdat uit het dossier niet blijkt dat de geldigheid van het rijbewijs van verdachte was geschorst. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 120 dagen, waarvan 111 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder verplichte opname in een (verslavings)kliniek, verplichte ambulante hulpverlening en verplichte medewerking aan controle van het gebruik van alcohol en drugs. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden op. De twee inbeslaggenomen personenauto’s en de betonschaar van verdachte verklaart de rechtbank verbeurd. Verdachte wordt voorts veroordeeld tot betaling van de volledige door twee agenten gevorderde schadevergoeding aan immateriële schade en legt de schadevergoedingsmaatregel op. Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten acht de rechtbank in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke rijontzegging aangewezen. De rechtbank ziet zich echter geconfronteerd met het feit dat verdachte sinds enkele maanden klinisch is opgenomen en dat het daar volgens de reclassering goed gaat. Om herhaling te voorkomen is het belangrijkste dat verdachte vrij van drugs blijft. Alle feiten die verdachte tot nu toe heeft gepleegd zijn immers te herleiden tot drugsgebruik dan wel diefstal om aan geld te komen om in gebruik te kunnen voorzien. Als verdachte nu de gevangenis in zou gaan, zou dat alles wat inmiddels is bereikt op het spel zetten. Dat is niet in het belang van verdachte maar zeker niet in het belang van de maatschappij. Gelet daarop zal de rechtbank aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen maar een taakstraf. Gezien de ernst is dat wel een taakstraf van maximale duur. De reeds ingezette behandeling wordt met oplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden geborgd in een gedwongen kader.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14c Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 359 Sv
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 5 WVW
- Artikel 5a WVW
- Artikel 8 WVW
- Artikel 131 WVW
- Artikel 2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 8 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 12 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer