Rb. Gelderland 19 oktober 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6593
Bezwaarschrift artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Bezwaarschrift gegrond. De wetgever heeft ervoor gekozen dat een relatief eenvoudige en niet bijster ingrijpende wijze van verzameling van celmateriaal door het afname van wangslijm met behulp van een wattenstaafje in beginsel dient te geschieden door een arts of verpleegkundige. De gedachte zou kunnen opkomen dat dit voorschrift inmiddels wellicht als achterhaald kan worden beschouwd, in het licht van de Covidpandemie waarbij het afnemen van wangslijm inmiddels gemeengoed is geworden en bij de gemiddelde Covidtest wangslijm gewoon door vrijwilligers zonder verpleegkundige opleiding met een spoedcursus wordt gedaan. Het is echter nog steeds een uitgangspunt in de wettelijke regeling dat afname van wangslijm geschiedt door een arts of verpleegkundige, en alleen mag geschieden door een aangewezen (en gecertificeerde) opsporingsambtenaar indien betrokkene daarmee instemt. Nu niet blijkt dat communicatie met veroordeelde heeft plaatsgevonden in een taal die hij verstaat en op een wijze die voldoende waarborgen biedt dat hij daadwerkelijk zijn rechten heeft begrepen en de consequenties van het afstand doen daarvan (het afnemen van celmateriaal door een ander dan een arts of verpleegkundige) en dus niet afdoende is verzekerd dat er daadwerkelijk sprake is van informed consent, moet de conclusie zijn dat de afname van celmateriaal niet conform de wettelijke regeling heeft plaatsgevonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl