Rb. Gelderland 8 september 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6230
Voor de GI is het nog steeds onvoldoende duidelijk hoe de hulpverlening aan de moeder en de omgang vormgegeven moet worden, omdat de moeder niet bereid is om de resultaten van haar persoonlijkheidsonderzoek met de GI te delen. De kinderrechter wijst erop dat de behandelaren van de moeder ook zonder toestemming van de moeder en met doorbreking van hun medisch beroepsgeheim op grond van artikel 7.3.11, lid 4 van de Jeugdwet gehouden de GI alle informatie te verstrekken die voor de GI noodzakelijk is om de ondertoezichtstelling uit te voeren en meer specifiek te kunnen beoordelen op welke manier de omgang tussen de moeder en de minderjarigen mogelijk is. Daarnaast stuit de GI bij de uitvoering van de omgang regelmatig op problemen met de gemeente: er ontstaat discussie over de bekostiging van het vervoer van de kinderen van en naar de omgangslocatie. De kinderrechter merkt op dat indien de GI van oordeel is dat de kinderen naar de locatie van de omgang vervoerd moeten worden door anderen dan de ouders, omdat dit in hun belang is, het bevoegde college van burgemeester en wethouders gehouden is deze vorm van jeugdhulp mogelijk te maken gelet op artikel 2.4, tweede lid, onder b en artikel 3.5 van de Jeugdwet.
De uitspraak op rechtspraak.nl