Rb. Gelderland 15 april 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1917
Erfbelasting. De moeder van eiseres is overleden. Zij heeft haar echtgenoot onterfd. De vader van eiseres is in de woning van zijn echtgenote blijven wonen en heeft medewerking verlangd van eiseres en haar broer aan de vestiging van een recht van vruchtgebruik op die woning (artikel 4:29 van het Burgerlijk Wetboek). Voordat dit recht van vruchtgebruik was gevestigd, is de vader van eiseres overleden. De aanslag vanwege het overlijden van de moeder wordt niet verminderd, omdat geen rekening wordt gehouden met het te vestigen recht van vruchtgebruik ten behoeve van de vader. Een (afgifte)legaat van vruchtgebruik en een beroep op de legitieme portie die direct leiden tot een lagere aanslag erfbelasting betreffen andere situaties dan hier aan de orde en zijn daarom hier niet mee te vergelijken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor zwaarwegende gevallen van onrechtvaardige aard is juist de hardheidsclausule in de wet opgenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl