Rb. Gelderland 22 september 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5047
De werkzaamheden bij de inlener zijn verricht vanuit verschillende dienstbetrekkingen bij verschillende werkgevers, zodat geen sprake is van opvolgende dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever. Het loon uit het dienstverband met het eerste uitzendbureau is daarom terecht niet bij de bepaling van het loon in het refertejaar in aanmerking genomen. De enkele omstandigheid dat eisers situatie niet onder de regel zoals deze is bedoeld valt, brengt niet met zich dat het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen met toepassing van het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing moet worden gelaten. Er is geen sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid. Eiser heeft in zijn situatie met het noemen ter zitting van de mondelinge overeenkomsten voldoende aannemelijk gemaakt dat het (onbetaalde) vakantieverlof ten onrechte niet in de polisadministratie is geregistreerd. De inhoud van de mondelinge overeenkomsten wordt ondersteund door de salarisstroken en verweerder heeft de door eiser geschetste gang van zaken ten aanzien van het afspreken van (onbetaald) vakantieverlof ter zitting niet betwist. Verweerder dient het dagloon (alsnog) overeenkomstig artikel 12f, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen vast te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl