Rb. Gelderland 22 september 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5039
Omzetbelasting. Hoewel een onherroepelijke beschikking is afgegeven dat sprake is van een fiscale eenheid, kan in een procedure in een later jaar de vraag aan de orde worden gesteld of nog materieel aan de voorwaarden wordt voldaan. In dit geval komt de rechtbank tot het oordeel dat de relevante feiten en omstandigheden niet zijn gewijzigd. Omdat eiseres geen administratie aan de inspecteur heeft overgelegd, heeft de inspecteur de omzet bepaald op basis van de omzet die volgt uit één van de door eiseres aangehouden zakelijke bankrekeningen. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De schatting is redelijk, met uitzondering van de omzet die blijkens facturen in rekening is gebracht aan een in Singapore gevestigde naar buitenlands recht opgerichte vennootschap. Deze facturen vormen een vermoeden dat daarover geen omzetbelasting is verschuldigd en de inspecteur heeft niets gesteld om dat vermoeden te ontzenuwen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1086
- HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:680
- HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1129
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6535
- HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083
- HR 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0401
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4477
- HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO4209