Rb. Gelderland 13 april 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1883

Zorgverzekering; preferentiebeleid. Beschikbaarheid tenminste één geneesmiddel met bepaalde werkzame stof (art. 2.8 lid 3 Bzv). Verhouding tot medische noodzaak (art. 2.8 lid 4 Bzv). Niet kan worden aanvaard dat aanwijzing preferent geneesmiddel steeds uitsluitend op werkzame stof kan worden gebaseerd ongeacht toedieningsvorm. Ook de therapeutische waarde van de toedieningsvorm zal door de zorgverzekeraar in de afweging moeten worden betrokken. Een onvoldoende zorgvuldige afweging om een bepaalde toedieningsvorm niet te vergoeden of te verstrekken, kan onrechtmatig zijn. In dit geval is niet gebleken dat zorgverzekeraar de therapeutische waarde van calciprotiol en betamethason in de vorm van schuimspray voor de behandeling van psoriasis patiënten voldoende in de afweging heeft betrokken in aanmerking genomen dat grote aantallen patiënten met meer succes behandeld kunnen worden met schuimspray dan met zalf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken