Rb. Gelderland 23 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1357
Verweerder heeft eiseres boetes opgelegd voor overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De betreffende werknemers van eiseres worden ingezet bij cliënten van eiseres. Zij wonen bij de cliënten in en zijn 24 uur per dag beschikbaar om zorg te verlenen. Partijen zijn het er over eens dat over de arbeidstijd van de werknemers van eiseres loon moet worden betaald. Volgens eiseres omvat de arbeidstijd alleen de hierboven genoemde effectief gewerkte uren van de bereikbaarheidsdienst, waarvan hier volgens eiseres sprake is, waarover ook loon is betaald (5,5 uur per dag, 2,75 uur op een wisseldag). Volgens de staatssecretaris is er geen sprake van een bereikbaarheidsdienst maar van een aanwezigheidsdienst. Dan gelden alle uren van de dienst als arbeidstijd. Daarom heeft eiseres te weinig uren betaald en is er sprake van overtreding van de Wml, aldus de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft terecht geconcludeerd dat hier sprake is van een aanwezigheidsdienst. Omdat eiseres buiten de werkbriefjes, waarop 5,5 uur per dag als gewerkte uren zijn vermeld, geen andere bescheiden heeft overgelegd waaruit het aantal daadwerkelijk gewerkte uren blijkt, was de Staatssecretaris bevoegd om ten aanzien van elke werknemer over elke betaalperiode een boete op grond van overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wml op te leggen. De staatssecretaris heeft, onverplicht, voor elke betaalperiode bezien of kon worden bepaald hoeveel uren de werknemer feitelijk heeft gewerkt. Uit de stukken blijkt en op de zitting is toegelicht hoe de staatssecretaris dit heeft gedaan. De rechtbank kan zich vinden in deze uitleg en is van oordeel dat de staatssecretaris eiseres in die gevallen die het betreft, in plaats van een boete op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wml een boete wegens overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wml kon opleggen. De Staatssecretaris heeft de boetes t.a.v. drie werknemers te hoog vastgesteld en er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Daarom heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd, het primaire besluit herroepen voor zover daarbij aan eiseres boetes zijn opgelegd, vastgesteld dat eiseres nader genoemde bepalingen van de Wml heeft overtreden en de hoogte van de boetes vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl