Rb. Gelderland 13 februari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:943

BPM. Naheffing. Artikel 9 Wet BPM. Invoer tweedehands auto’s. Hebben de auto’s af fabriek een gastank en van welke CO2-uitstoot moet worden uitgegaan? De inspecteur verwijst naar gegevens van de RDW. Die is uitgegaan van de gegevens op basis van de typegoedkeuring. Deze is naar het oordeel van de rechtbank niet van toepassing op auto’s die af fabriek een gastank hebben. Dit volgt uit Verordening 692/2008. Eiser heeft gemotiveerd gesteld dat de auto’s al bij de fabriek een gastank ingebouwd hebben gekregen. Voor vijf auto’s acht de rechtbank dit aannemelijk. Aannemelijk is dat voor die vijf auto’s de typegoedkeuring niet is gebruikt door de Zweedse autoriteiten. Voor één auto heeft de inspecteur voldoende gemotiveerd bestreden dat de auto af fabriek een gastank had met een beroep op een op die auto toegespitst certificaat van overeenstemming. Volgens Richtlijn 2007/46/EG moet voor de vijf auto’s sprake zijn van een individuele goedkeuring. Die voldoet als uitgangspunt aan dezelfde regels. Aannemelijk is daarom dat Zweden zowel voor benzine als voor gas een meting heeft uitgevoerd voor dit type auto. Op grond van de Wet BPM dient daarom de CO2-uitstoot op basis van aardgas te worden gehanteerd. De zesde auto had ten tijde van de registratie in Nederland een gastank. De rechtbank acht dit een relevant kenmerk van de auto. Gelet op artikel 110 VWEU is de referentieauto de auto met een gastank, ongeacht of die af fabriek of later is ingebouwd. Ook voor deze auto dient daarom van de CO2-uitstoot op basis van aardgas te worden uitgegaan. De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken