Rb. Gelderland 1 december 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:6503
Binnenvaartschip 1. Bunkertanks: naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing in zoverre terecht, nu sprake is van het voorhanden hebben van onveraccijnsde gasolie, terwijl niet aan alle voorwaarden voor vrijstelling is voldaan. Het SY-gehalte van de gasolie is te laag. De onderzoeksmethode douanelaboratorium voldoet. De monstername uit de dagtank is representatief voor de inhoud van de bunkertanks. Voor volumecorrectie is geen aanleiding, omdat de controle op een winterdag plaatsvond en het schip in ruststand afgemeerd lag. Er is geen sprake van ‘geen enkel verwijt’, mede omdat het zwavelgehalte van de gasolie te hoog is. De nationale voorwaarden voor vrijstelling van accijns gaan niet verder dan artikel 14 van de Richtlijn 2003/96/EG voorschrijft. 2. Slobtanks: naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing in zoverre onterecht, nu aannemelijk is dat de olie in de slobtanks restlading betreft die achterblijft bij het overpompen. Op grond van mededeling 61 hoeven voor vrijstelling van accijns geen herkomstbescheiden van die olie overgelegd te worden. Aanwezigheid slobtankadministratie kan eiseres niet worden tegengeworpen, nu daaraan geen wettelijke vereisten worden gesteld. Beroep gegrond. Vermindering naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing.
De uitspraak op rechtspraak.nl