Rb. Gelderland 4 november 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5872
Asbestsaneringswerkzaamheden. Gebruik van een torenkraan en werkbak. Eiseres heeft het bepaalde in artikel 7:18, vierde lid, van het Arbobesluit overtreden terwijl de uitzondering als bedoeld in artikel 7.23d, tweede lid, van het Arbobesluit zich hier niet voordoet. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank namelijk niet aannemelijk gemaakt dat er geen andere meer geëigende middelen of werkmethoden beschikbaar waren om de plaats waar de werkzaamheden werden verricht veilig te bereiken. […] Anders dan eiseres stelt, gaat het hier niet om een dusdanig verwaarloosbare oppervlakte dat van haar niet kon worden verlangd andere middelen in te zetten. Want uit het boeterapport (bijlagen 3 en 14) blijkt dat de werkzaamheden bestonden uit het verwijderen van asbest golfplaten van 6.812 m². Op de zitting is verklaard dat ongeveer 10% daarvan bereikbaar was met een verreiker, oftewel 681 m². Dat is niet een verwaarloosbare oppervlakte. Nu dat deel op zichzelf beschouwd bereikbaar was met een verreiker, en op dat deel werkzaamheden werden uitgevoerd toen verweerder de overtreding constateerde, kan al niet gesteld worden dat er geen andere meer geëigende middelen beschikbaar waren dan een torenkraan. Op de zitting heeft eiseres verklaard dat zij de torenkraan, gelet op de hoge kosten die met de investering zijn gemoeid, niet werkloos kan laten staan. Verder zouden de kosten bij sanering van binnenuit zo hoog oplopen dat de boer om wiens staldaken het gaat, de opdracht tot sanering niet zou hebben gegeven. Dit zijn echter financieel-economische redenen. In elk geval is hiermee niet afdoende uitgelegd waarom, vanuit het oogpunt van arbeidsomstandigheden, geen andere middelen of werkmethoden beschikbaar waren.
De uitspraak op rechtspraak.nl