Rb. Gelderland 5 maart 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1750

De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft een man vrijgesproken van een poging om zijn vader om het leven te brengen, dan wel een poging om hem zwaar te mishandelen. Volgens de rechtbank is in het dossier te weinig bewijs aanwezig om te kunnen vaststellen dat de man (gericht) op zijn vader heeft geschoten. Het in het dossier aangetroffen bewijs past bovendien bij de verklaring van de man dat het schot tijdens een worsteling met zijn vader is gelost. Deze worsteling ontstond, omdat de man het wapen van zijn vader wilde afpakken waarmee deze zich van het leven wilde beroven. De rechtbank heeft de man wel veroordeeld voor het voorhanden hebben van twee vuurwapens, munitie en vals geld. Aan vader en zoon werd ook het voorbereiden van de productie van heroïne en synthetische drugs verweten. Het voorbereiden van de productie van heroïne acht de rechtbank niet bewezen. Wel heeft de rechtbank beide mannen veroordeeld voor het voorbereiden van de productie van synthetische drugs. Omdat de rechtbank, in tegenstelling tot de officier van justitie, een groot deel niet bewezen acht, zijn de mannen tot aanzienlijk lagere straffen veroordeeld dan door de officier van justitie geëist. De zoon is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en tot een taakstraf voor 240 uren. De vader is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en tot een taakstraf voor 150 uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen