Rb. Gelderland 10 december 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5713
Inkomstenbelasting. Forfaitair voordeel uit aanmerkelijk belang in buitenlandse beleggingsvennootschap (artikel 4.13 Wet IB 2001). Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de vereiste aangifte niet is gedaan omdat een veel te lage waarde in het economisch verkeer is aangegeven. Uit correspondentie met de belastingadviseur volgt dat eiser heeft moeten begrijpen dat de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2012 in dit geval niet gelijk kan staan aan het eigen vermogen, gelet op de hoogte van de jaarlijkse dividenduitkeringen van de deelnemingen en de verkoopprijs van de deelnemingen in maart 2014. Omkering en verzwaring bewijslast. Verweerder heeft de waarde in het economisch verkeer op redelijke uitgangspunten gebaseerd, met uitzondering van de kapitalisatiefactor. De rechtbank verlaagt die factor in goede justitie. Beroep in zoverre gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl