Rb. Gelderland 9 september 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:4060

Wet OB. Integratieheffing (2012) voor nieuwbouw clubgebouw op sportvelden door speciaal door gemeente opgerichte stichting (eiseres). Kasrondje via gemeente voor de sportvelden voor de voetbalvereniging. Niet-economische prestatie, in wezen geen vergoeding? Bij voetbalvereniging en bij sport-BSO gelegenheid geven tot sportbeoefening of verhuur? Misbruik van recht? Eiseres huurt sportvelden van de gemeente (voor € 30.000 plus 21% btw) en eiseres stelt die sportvelden met het nieuwe clubgebouw tegen een vergoeding ter beschikking aan de zittende voetbalvereniging en aan een sport-BSO. De gemeente compenseert de voetbalvereniging voor het gedeelte van die vergoeding dat ziet op de sportvelden (€ 30.000 plus 6% btw), omdat in de Sportnota is bepaald dat de sportvelden om-niet ter beschikking zullen worden gesteld. Inspecteur betoogt dat de terbeschikkingstelling van de sportvelden aan de voetbalvereniging door het kasrondje met de € 30.000 een niet-economische activiteit is (in wezen geen vergoeding), zodat alleen de terbeschikkingstelling van het clubgebouw overblijft, wat vrijgestelde verhuur oplevert. Daarom heeft eiseres geen volledig recht op aftrek en is de integratieheffing verschuldigd. De rechtbank verwerpt dit standpunt, omdat de voetbalvereniging de totale vergoeding (voor sportvelden en gebouw) daadwerkelijk betaalt aan eiseres en omdat eiseres buiten de afspraak staat tussen de voetbalvereniging en de gemeente om een deel van die vergoeding te compenseren. Ook heeft de opgezette structuur juridische en economische realiteit. Verder oordeelt de rechtbank dat zowel bij de voetbalvereniging als bij de sport-BSO sprake is van gelegenheid geven tot sportbeoefening. Voor de sport-BSO acht de rechtbank aannemelijk dat de sport belangrijker is dan de kinderopvang. Geen sprake van verhuur, omdat eiseres voldoende bijkomend dienstbetoon verricht. Dus geen integratieheffing. Ook geen misbruik van recht. Het kasrondje is daarvoor onvoldoende. De juridische vormgeving komt overeen met de feitelijke verschijningsvorm en de economische realiteit. En voor de oprichting van de stichting bestaan meer verklaringen dan louter het verkrijgen van belastingvoordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken