Rb. Gelderland 11 juli 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2959

Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Eiseres wordt op de Nederlandse weg staande gehouden met een auto met Duits kenteken. Wie is houder van de auto? De rechtbank overweegt dat een onderneming of rechtspersoon houder van de auto kan zijn en dat feitelijke beschikkingsmacht dus niet hetzelfde is als fysiek besturen. Verweerder heeft niet bestreden dat eiseres de auto van haar werkgever (een GmbH waarvan haar echtgenoot directeur is) heeft meegekregen voor een specifieke rit, met een specifiek doel, ten behoeve van het werk. Zij kon er dus niet vrijelijk over beschikken. De auto stond en bleef ten dienste van de GmbH. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat eiseres als houder moet worden aangemerkt. Aan de vraag of eiseres in aanmerking komt voor de werknemersvrijstelling en de vraag of zij aannemelijk heeft gemaakt dat de auto haar slechts eenmaal ter beschikking stond komt de rechtbank niet toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken