Rb. Gelderland 22 januari 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:217
Verweerder heeft de aanvraag van eiseres in het kader van de Jeugdwet voor een vergoeding van de kosten van de training van een (autisme)hulphond afgewezen. De rechtbank heeft het beroep hiertegen gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft echter aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. In het geval van eiseres is de inzet van de hulphond er primair op gericht eiseres te ondersteunen in haar functiebeperking. De hulphond, en hiermee ook de opleiding van de hulphond, dient naar het oordeel van de rechtbank dan ook te worden beschouwd als een hulpmiddel. Hulpmiddelenzorg is gelet op artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering een vorm van zorg die wordt bekostigd op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Artikel 1.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Jeugdwet bepaalt dat de Zvw voorliggend op de Jeugdwet zodat er geen ruimte is tot verstrekking van een voorziening op grond van de Jeugdwet. Reeds op grond hiervan is verweerder niet gehouden tot toekenning van de gevraagde voorziening op grond van de Jeugdwet. De omstandigheid dat een autismehulphond (nog) niet in het pakket van de Regeling zorgverzekering valt, leidt niet tot een ander oordeel. Uitgangspunt is immers dat alle hulpmiddelenzorg onder de reikwijdte van de Zvw valt. Het is vervolgens aan de wetgever om te bepalen welke van die hulpmiddelen voor een (gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl