Rb. Gelderland 19 april 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1730

Omgevingsvergunning voor het wijzigen van een varkenshouderij naar een geiten- en paardenhouderij (artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo in samenhang met artikel 2.2a en 2.2aa Bor (activiteiten “OBM” en “natuur”)), en voor diverse recreatieve activiteiten (artikel 2.1, eerste lid, onder c, Wabo). Kennisgeving in Duitsland is gelet op de afstand tot de dichtstbijzijnde woning in Duitsland (1.000 meter) niet nodig. M.e.r.-beoordeling. De aanvraag dateert van vóór de wijziging van het Besluit m.e.r op 7 juli 2017, en de omgevingsvergunning van daarna. Het college heeft geen m.e.r-beoordelingsbesluit genomen. Omdat het Besluit m.e.r. geen overgangsrecht bevat had dit wel moeten gebeuren. Het beroep is gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om het gebrek te passeren met 6:22 Awb, nu nadien niet alsnog een m.e.r-beoordelingsbesluit is overgelegd. De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning voor wat betreft de activiteiten “OBM” en “natuur”. De omgevingsvergunning voor het met het bestemmingsplan strijdige gebruik blijft in stand, omdat geen sprake is van onlosmakelijke samenhang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken