Rb. Gelderland 19 februari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:735
Mededeling van verweerder – onder verwijzing naar art. 4:41 lid 2 sub d Awb en art. 4:72 lid 5 Awb – dat de gevormde egalisatiereserve bij het beëindigen van de subsidierelatie van eiseres zal worden teruggevorderd, is niet op rechtsgevolg gericht en dus geen besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Die mededeling legt aan eiseres namelijk geen nieuwe verplichting op, maar geeft slechts weer wat voortvloeit uit art. 18 lid 1 Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 (en art. 4.3 lid 1 Algemene subsidieverordening Gelderland 1998). Plicht tot terugbetaling van de egalisatiereserve vloeit niet rechtstreeks voort uit art. 4:72 lid 5 Awb. Die plicht behelst een vorm van ontneming van eigendom in de zin van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM, en ontstaat daarom – mede gelet op art. 4:41 lid 1 Awb slechts indien en voor zover dit uitdrukkelijk wordt bepaald a. door een specifiek wettelijk voorschrift (als de subsidie zelf op een wettelijk voorschrift berust), of b. bij de subsidieverlening (in andere gevallen).
De uitspraak op rechtspraak.nl