Rb. Gelderland 8 november 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:4788
Plaatsing, OVW, compensatie politie. Plaatsing houdt stand. Verweerder komt ten aanzien van de vaststelling van de ingangsdatum van de OVW-toelage een grote beslissingsruimte toe. Anders dan verweerder kennelijk meent, staat artikel 9a van het Bbp hieraan niet in de weg. Nu verweerder niet heeft onderkend dat hij beslissingsruimte heeft, heeft hij bij de toekenning van een OVW-toelage niet alle relevante feiten en omstandigheden betrokken en niet alle betrokken belangen kenbaar afgewogen. Hierdoor is de toekenning van een OVW-toelage met ingang van 1 januari 2017 onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Verweerder dient nieuwe beslissingen op bezwaar over de toekenning van een OVW-toelage te nemen. Het besluit van verweerder van 3 januari 2017 over de compensatie heeft het karakter van buitenwettelijk begunstigend beleid. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder het beleid niet consistent heeft toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl