Rb. Gelderland 2 februari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:467

Planschade windmolens Netterden. De rechtbank oordeelt dat het uitzicht van eisers op de vier windmolens – gelet op de afstanden tussen de 415 en 1650 meter in samenhang met de planologisch maximaal mogelijke tussenliggende bebouwing – zodanig gering is dat zij hiervan geen gevolgen van enige betekenis ondervinden, zodat geen sprake is van planologisch nadeel. Daarnaast is ook geen sprake van planologisch nadeel als gevolg van slagschaduw. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) is door de rechtbank ingeschakeld als deskundige om de door de windmolens veroorzaakte geluidstoename te berekenen. Voor de eisers in de zaken 15/6185, 15/6187 t/m 15/6190, 15/6193, 15/6195 t/m 15/6200, 15/6202 en 15/6203 neemt de geluidbelasting volgens de StAB met meer dan 5 dB toe. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de StAB terecht als uitgangspunt genomen dat pas sprake is van planologisch nadeel bij een toename van geluid met minimaal 5 dB. Omdat voor deze eisers de geluidbelasting met meer dan 5 dB toeneemt, is sprake van planologisch nadeel. Hun beroep is gegrond. Voor de eisers in de zaken 15/6186, 15/6192, 15/6194, 15/6201, 15/6204 en 15/6239 is geen sprake van planologisch nadeel omdat de geluidstoename minder dan 5 dB bedraagt. Het beroep van deze eisers is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken