Rb. Gelderland 20 september 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:4047

Wmo 2015. Uit de rechtspraak van de CRvB, in het bijzonder de uitspraak van 18 mei 2016 (in het bijzonder ECLI:NL:CRVB:2016:1491 en ECLI:NL:CRVB:2017:3633), volgt niet dat resultaatgericht indiceren nooit mogelijk is. Wel is daarbij als vereiste gesteld dat de besluitvorming of de beleidsregels van een college van burgemeester en wethouders inzicht geven op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van het resultaat (‘schoon en leefbaar huis’) en hoe daarmee een als compensatie te kwalificeren resultaat bij de uitvoering van de huishoudelijke hulp kan worden verkregen. Anders gezegd, het college moet zowel ten aanzien van het te behalen resultaat als ten aanzien van de wijze waarop het resultaat moet worden bereikt een duidelijke en objectief verifieerbare maatstaf hanteren op basis waarvan getoetst kan worden of de cliënt voldoende wordt gecompenseerd in zijn beperkingen ten aanzien van het doen van het huishouden. Een maatstaf zoals hierboven is bedoeld, ontbreekt. Verweerder heeft geen beleid vastgesteld en er is ook geen sprake van een vaste gedragslijn aan de hand waarvan de omvang van de huishoudelijke ondersteuning wordt bepaald. Daarnaast ontbreekt een voldoende concrete invulling van het te verwachten resultaat. Het is niet duidelijk wat bedoeld wordt met een ‘schoon en leefbaar huis’. Dat verweerder daaronder kennelijk verstaat dat ‘het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren’ zoals in artikel 3.2.4 van de Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Buren 2017 (hierna: de Beleidsregels) staat, is naar het oordeel van de rechtbank geen voldoende concrete en objectieve invulling van het te verwachten resultaat. Er is, anders gezegd, geen sprake van een objectief te meten resultaat. Ook heeft verweerder onvoldoende concreet gemaakt op welke wijze invulling wordt gegeven aan de toegekende maatwerkvoorziening. De omvang van de huishoudelijke hulp die aan eiseres is toegekend, is niet duidelijk. Het enkel vermelden van de schoon te houden vertrekken en de frequentie zonder tijdsindicatie of andere concrete, objectieve en meetbare indicatoren biedt naar het oordeel van de rechtbank namelijk te weinig aanknopingspunten om te bepalen of het resultaat, een schoon en leefbaar huis, zal worden bereikt Voorts laat verweerder de feitelijke invulling van de maatwerkvoorziening over aan de cliënt en de zorgaanbieder. Bij het ontbreken van een daartoe strekkend mandaat als bedoeld in artikel 2.6.3 van de Wmo 2015 heeft verweerder de besluitvorming ten onrechte (deels) uit handen gegeven. Uit het voorgaande volgt dat niet kan worden vastgesteld of eiseres door de bij het bestreden besluit toegekende maatwerkvoorziening (voldoende) wordt gecompenseerd ten aanzien van haar beperkingen in haar zelfredzaamheid. Beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken