Rb. Gelderland 18 juli 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3194
Verzoekster exploiteert een café in Nijmegen. In dat café werd gehandeld in cocaïne. Daarom heeft de burgemeester de drank- en horecawetvergunning ingetrokken en het café voor een jaar gesloten met toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Terecht legt de burgemeester artikel 31, eerste lid, onder c, van de Drank- en horecawet zo uit, dat de drank- en horecavergunning moet worden ingetrokken als de openbare orde wordt bedreigd doordat er in een café harddrugs worden verhandeld. Dat schrijft de wet dwingend voor. Bij een sluiting van de woning op grond van de Opiumwet heeft de burgemeester meer ruimte om zijn eigen beleid te maken. In dit geval is er een beleid dat een café voor een jaar wordt gesloten bij de eerste constatering dat er wordt gehandeld in drugs. Terecht heeft de burgemeester in dit geval geen bijzondere omstandigheden aangenomen om hiervan af te zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl