Rb. Gelderland 28 maart 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1396

Wmo 2015. Verweerder heeft de aan eiseres verstrekte maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp in pgb ingetrokken op grond van artikel 2.3.10, eerste lid aanhef en onder a, van de Wmo 2015. Tevens heeft verweerder het door eiseres ontvangen pgb teruggevorderd. Verweerder was bevoegd de aan eiseres verstrekte maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp in de vorm van een pgb in te trekken. Verweerder heeft echter ten onrechte het aan eiseres verstrekte pgb teruggevorderd. Gelet op de formulering van artikel 2.4.1, eerste lid, van de Wmo 2015, alsmede de relevante wetsgeschiedenis, is de rechtbank van oordeel dat verweerder, ingeval de maatwerkvoorziening is ingetrokken op grond van artikel 2.3.10, eerste lid aanhef en onder a, van de Wmo 2015, alleen tot terugvordering kan overgaan als de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de degene aan wie de maatwerkvoorziening is verstrekt opzettelijk heeft plaatsgevonden. De Wmo 2015 laat niet toe dat in het geval zoals hier waar de intrekking is gebaseerd op het verstrekken van onjuiste informatie, bij verordening nog een aanvullende terugvorderingsgrond wordt vastgesteld. Nu verweerder niet heeft aangetoond dat eiseres opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, mocht verweerder niet overgaan tot terugvordering. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken