Rb. Gelderland 7 maart 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1238

7:855 BW / 7:850 BW / 7:852 BW / 6:162 BW Borgtocht – Onrechtmatige daad (indirect) bestuurder Rechtbank oordeelt dat de bijstortingsverplichting zoals overeengekomen bij de kredietovereenkomst voor het bedrijfspand een borgstellig betreft. Bestuurder heeft onrechtmatig gehandeld bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst (waarbij de lopende huurovereenkomsten werden beëindigd) met de bestuurders van de vennootschappen waarvan hij zelf voormalig bestuurder was. Deze vennootschappen maakten voorheen deel uit van een groep vennootschappen waarvan X steeds (indirect) bestuurder was en hij is namens al die vennootschappen betrokken geweest bij het overeenkomen van de bijstortingsverplichting als zekerheid voor de nakoming van de kredietovereenkomst. Bijstortingsverplichting was – hoewel wettelijk verplicht - niet in de administratie noch in de jaarrekeningen opgenomen. Nieuwe bestuurders waren er niet mee bekend en X heeft ze er nooit op gewezen. Vennootschappen zijn vervolgens door de bank aangesproken op grond van de bijstortingsverplichting en hebben een bedrag betaald. Tijdens onderhandelingen over afkoopsom van de huurovereenkomsten heeft bestuurder gezwegen waar hij had moeten spreken. Onrechtmatig handelen aangenomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen