Rb. Gelderland 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5631
Art 16 AWR. Artikel 3.68 en 3.71 Wet IB 2001. Artikel 1 EP en artikel 14 EVRM. Verweerder beschikt over navordering rechtvaardigend nieuw feit. Toevoeging aan FOR niet begrensd door hoogte ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar, ondanks aanwezigheid duurzaam overtollige liquide middelen. Grenzen van de redelijkheid overschreden door post liquide middelen geheel tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Verweerder maakt echter niet aannemelijk dat liquide middelen duurzaam overtollig zijn voor zover zij € 50.000 overtreffen. Tot ondernemingsvermogen te rekenen liquide middelen in goede justitie vastgesteld. Geen sprake van schending eigendomsrecht. Vergelijking met dga die onderneming in de vorm van een BV drijft gaat niet op.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- HR 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9082
- HR 12 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7165
- HR 2 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9678
- HR 6 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2890
- HR 28 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5146
- HR 13 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4179
- HR 8 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AW8284