Rb. Gelderland 19 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4965
Verweerder – een vennootschap die is belast met het certificeren van asbestinventarisatie- en asbestverwijderingsbedrijven (vennootschap) – is een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 sub b Awb. Eiser – de directeur van een omgevingsdienst (directeur) – is een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 sub b Awb, gezien zijn bevoegdheid tot het nemen van strafbeschikkingen wegens overtreding van wettelijke voorschriften inzake asbestverwijdering. Het belang bij naleving van verplichtingen waaraan gecertificeerde asbestinventarisatie- en asbestverwijderingsbedrijven moeten voldoen (verplichtingen), is toevertrouwd aan de directeur; de directeur is dus krachtens art. 1:2 lid 2 Awb belanghebbende bij beslissingen over handhaving van de verplichtingen, lees: het schorsen en intrekken van certificaten. Gelet hierop moet het verzoek van de directeur om handhaving van de verplichtingen (handhavingsverzoek) worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van art. 1:3 lid 3 Awb. Daarom is de beslissing van de vennootschap op het handhavingsverzoek een beschikking in de zin van art. 1:3 lid 2 Awb. De vennootschap heeft het bezwaar van de directeur ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en gelast de vennootschap een nieuwe beslissing op het bezwaar van de directeur te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl