Rb. Gelderland 21 augustus 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4426

Artikelen 1:2, 1:3, 7:1 en 8:1 Awb; artikelen 3:72 en 3:73 van het Burgerlijk Wetboek. Verzoek van eiseres om terug te komen van het ten aanzien van wijlen budgethouder (moeder) genomen besluit inzake de subsidievaststelling persoonsgebonden budget afgewezen. Bevoegdheid tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van volmacht eindigt op grond van artikel 3:73, derde lid, van het BW een jaar na het overlijden. Gelet op ontbreken verklaring van erfrecht is eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb en haar verzoek kan daarom niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid worden beschouwd. De reactie op het verzoek van verweerder in de brief van 28 december 2015 is dan ook geen besluit in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Awb, waartegen ingevolge artikel 8:1 van de Awb beroep openstond (zie rechtsoverweging 2.2. van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3727). Gelet op artikel 7:1 van de Awb kan dan ook geen bezwaar worden gemaakt. Verweerder heeft ten onrechte inhoudelijk beslist op het bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken