Rb. Gelderland 24 januari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:380
Kwaliteitseisen kinderopvang Aanwijzingsbesluit. Uit het wettelijk kader volgt naar het oordeel van de rechtbank dat alle in artikel 2 van de Regeling genoemde risico’s in de risico-inventarisatie benoemd moeten worden. Indien in de inventarisatie een risico wordt uitgesloten, dat op grond van deze wettelijke voorschriften benoemd dient te worden, zonder dat inzichtelijk is gemaakt waarom dat risico zich niet kan voordoen, is sprake van een overtreding. Het betoog dat er geen wettelijke grondslag is faalt derhalve. Naar het oordeel van de rechtbank is in de aanwijzing onvoldoende duidelijk en concreet vermeld welke maatregelen eiseres dient te treffen om te kunnen voldoen aan de aanwijzing, nu verweerder niet heeft beschreven welke risico’s door eiseres ten onrechte worden uitgesloten. De aanwijzing ten aanzien van voorwaarde 3.1.2.1 daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Dwangsombesluit. De rechtbank stelt vast dat het dwangsombesluit is ingetrokken omdat eiseres aan de opgelegde last heeft voldaan. De omstandigheid dat de overtredingen zijn beëindigd onder druk van de last onder dwangsom en dit voor eiseres belastende besluit dus het beoogde effect heeft gehad en vervolgens door verweerder is ingetrokken, tast het procesbelang van eiseres bij een beoordeling van de bestreden rechtmatigheid van dat besluit echter allerminst aan. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 1.51 van de Wkkp, artikel 2, eerste lid, sub a, van het Besluit en artikel 2, eerste lid, van de Regeling voldoende wat onder een volledige en complete risico-inventarisatie wordt verstaan. Dit neemt niet weg dat per kindercentrum kan verschillen wat een volledige en complete risico-inventarisatie is, nu dat onder meer afhankelijk is van de feitelijke situatie in het betreffende kindercentrum. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 5 van de Regeling, zoals dat destijds luidde, en de bijbehorende Toelichting, dat kinderopvang in beginsel plaatsvindt in vaste groepen met vaste beroepskrachten. Hieruit volgt echter niet dat, zoals verweerder in het dwangsombesluit stelt, reeds sprake is van een overtreding ingeval geen vaste beroepskracht aanwezig is en geen sprake is overmacht. De Regeling laat opvang door een invalkracht toe bij ziekte, verlof en vakantie.
De uitspraak op rechtspraak.nl