Rb. Gelderland 21 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2258
Omzetbelasting. Economische en niet-economische activiteiten van een gemeente. Ter beschikking stelling van sportzalen om niet aan basisscholen en verhuur van sportzalen aan derden. Berekening van de verdeelsleutel voor aftrek van de voorbelasting, de zogenoemde pre-prorata. Tellen de niet verhuurde uren ook mee als belast gebruikte uren? Nee, beroep op het leegstandsarrest van de Hoge Raad (13 juni 2014) wordt verworpen. De niet gebruikte uren tellen niet mee voor de berekening, gelet op de door het Hof van justitie EU gegeven beslissing in het Securenta-arrest (13 maart 2008, C-437/06). Het moet gaan om een berekeningsmethode die objectief weergeeft hoe de kosten werkelijk kunnen worden toegerekend aan de economische en de niet-economische activiteiten. Overeenkomstige toepassing van artikel 11, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting is daarvoor bruikbaar. Het voorstel van eiseres om de niet-gebruikte uren mee te rekenen is te subjectief, mede gelet op de gemiddelde leegstand van 50% van de voor gebruik beschikbare uren van de sportzalen en de omstandigheid dat niet aannemelijk dat er in deze gemeente in voldoende mate een markt is voor de verhuur van de niet-gebruikte uren.
De uitspraak op rechtspraak.nl