Rb. Gelderland 5 februari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:721

Ontbinding geregistreerd partnerschap en verdeling van de gemeenschap van goederen. Partijen hebben nimmer samengewoond, nimmer bij elkaar overnacht en nimmer seksueel contact gehad. Het verzoek tot nietigverklaring van het geregistreerd partnerschap (op grond van artikelen 1:80a jo 1:71 lid 2 BW) wordt afgewezen, omdat het bij dwaling op grond van artikel 1:71 lid 2 BW niet gaat om dwaling omtrent de kwaliteiten van een persoon, maar om dwaling omtrent diens identiteit. Voor dwaling op grond van artikel 2:228 BW is naast artikel 1: 71 lid 2 BW geen plaats meer. Het verzoek tot vernietiging van het geregistreerd partnerschap wegens bedrog wordt eveneens afgewezen, nu hiervan geen sprake was. Ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap van goederen verschillen partijen van mening over de vraag of de gemeenschap conform de hoofregel bij helfte moet worden verdeeld. De rechtbank is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om af te wijken van een verdeling bij helfte behoudens ten aanzien van de contanten. Deze contanten worden op grond van de redelijkheid en billijkheid niet in de verdeling betrokken en komen derhalve toe aan één van partijen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen