Rb. Gelderland 5 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6718
Beroep ingevolge art. 81 Wet Militair Tuchtrecht (WMT): bevestiging beslissing beklagmeerdere. - schending artikelen 7, 9 en 15 WMT - termijnen WMT - één straf voor verschillende schendingen, ook als deze op verschillende momenten plaatsvonden? - naleving Regeling ziek- en hersteldmelding defensiepersoneel - ongeoorloofde afwezigheid en pleegplaats - gedeeltelijk beterverklaring, aangepast werk en verplichte aanwezigheid bij de eenheid - aanvang werkdag voor militairen - samenloop: niet opvolgen dienstbevel, onttrekking aan dienstverplichtingen en ongeoorloofde afwezigheid - maximale geldboete. De Militaire Kamer in de rechtbank Gelderland behandelt strafzaken, waar ook ter wereld begaan, waarvan Nederlandse militairen verdacht worden. Daarnaast is de Militaire Kamer de hoogste feitelijke beroepsinstantie voor militaire tuchtzaken. Op 5 december 2016 heeft de Militaire Kamer uitspraak gedaan in één tuchtzaak betreffende drie beschuldigingen. Vanwege de omstandigheden van het geval acht de Militaire Kamer een aantal termijnoverschrijdingen in het tuchtproces en in de beklagprocedure verschoonbaar. Uit artikel 75 WMT vloeit voort dat een commandant die - vóórdat een beslissing is genomen op een beschuldiging - ervan op de hoogte is dat een militair ook van andere schendingen van gedragsregels wordt verdacht, de beschuldigingen voor die zaken bij één uitspraak afdoet. Onder “ongeoorloofde afwezigheid” moet mede worden verstaan de afwezigheid van de militair zolang deze nalatig is in de uitvoering van de voorschriften bij verhindering van dienstverplichtingen. Dat geldt ook indien de militair in strijd met de Regeling ziek- en hersteldmelding defensiepersoneel niet bereikbaar is op de voorgeschreven tijden. Als pleegplaats van ongeoorloofde afwezigheid moet worden aangemerkt de plaats waar de militair zich had behoren te bevinden, maar ten onrechte niet aanwezig was. Voor militairen geldt dat zij naar hun eenheid dienen terug te keren, indien de militair na een ziekteperiode door een arts inmiddels tot reizen in staat wordt geacht. In de krijgsmacht pleegt bovendien de werkdag te beginnen om 08:00 uur, zodat de in deze zaak gestrafte militair de verplichting had om op 11 juli 2016 om 08:00 uur present te zijn. Het gegeven bevel om zich naar de Deltasite te begeven, voldoet aan de criteria die artikel 125 van het Wetboek van Militair Strafrecht aan een dienstbevel stelt. Door na het gegeven dienstbevel niet naar de Deltasite te gaan, maar de eenheid te verlaten en huiswaarts te gaan, heeft gestrafte niet alleen het dienstbevel niet opgevolgd, maar tevens gehandeld in strijd met artikel 7 WMT (ongeoorloofde afwezigheid) en met artikel 9 WMT (onttrekking aan dienstverplichtingen). In deze zaak is sprake van recidive, alsmede van verschillende schendingen van de gedragsregels in korte tijd. Aldus heeft gestrafte blijk gegeven van een onaanvaardbaar gebrek aan inzicht in het belang van naleving van de gedragsregels. Oplegging van de maximale geldboete van € 350,00 acht de Militaire Kamer dan ook niet onredelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl