Rb. Gelderland 24 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6373

Bijstand. Herziening en terugvordering. Blijkens het onderzoek van verweerder beschikte eiser over een bankrekening die niet bij verweerder bekend was. Ook blijkt uit het onderzoek dat eiser heeft beschikt over (zeer) grote (contante) bedragen en dat er vele betalingen aan het CJIB en aan benzinestations hebben plaatsgevonden. Een aantal zaken (zoals de contante stortingen) had in het kader van de inlichtingenverplichting zonder meer uit eigen beweging moeten worden gemeld. Een aantal andere zaken (zoals de betalingen aan benzinestations) hoefde eiser in beginsel niet uit eigen beweging te melden. Deze zaken leiden echter wel tot zoveel twijfel over de financiële situatie van eiser, dat verweerder van hem mocht eisen dat hij er een redelijke verklaring voor gaf. Door ondanks de vragen van verweerder geen duidelijkheid te verschaffen over zijn financiële situatie, terwijl er redelijkerwijs grote twijfel over kon bestaan of eiser wel recht had op bijstand, heeft eiser de inlichtingenverplichting geschonden. Verweerder heeft voorts terecht vastgesteld dat als gevolg van deze schending het recht op bijstand gedurende de gehele te beoordelen periode niet meer kan worden vastgesteld. Eiser heeft kennelijk grote (contante) bedragen kunnen gebruiken om te voorzien in zijn levensonderhoud. Eiser heeft niet aannemelijk kunnen maken dat hij, als hij wel aan de inlichtingenverplichting zou hebben voldaan, nog recht zou hebben gehad op bijstand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken